– ‘Dans’ van het Goddelijke vrouwelijke en mannelijke –
De partner-relatie.

Als je al jaren bij elkaar bent, ben je geneigd rond te cirkelen in je gedachten, emoties en handelingen… in oud en vertrouwd.
Je blijft doen wat je altijd al deed, waardoor de energie kan omslaan in onplezierige spanning.
Je voelt dat je in je zielsmissie kunt stappen, maar je ziet jezelf die de oude dingen blijft doen.
Je kunt dan twee dingen doen. Ofwel de zielsmissie afdwingen, of de handdoek in de ring gooien.
Eigenlijk ‘zegt’ die energie dat jouw tijd NU is.
Maar luister je?
Als je je bewust wordt van de oude gedachten… patronen… welbekende manieren van handelen kan dat beangstigend zijn. Het is als een sprong in het diepe, want… als je het oude loslaat, wat dan? Gemakkelijker is het om het uit de weg te gaan. Dan gaat het misschien wel over.
Je lijf en heel je wezen kunnen echter zo hard schreeuwen, dat je er niet meer naast kunt…
Dit is zoals ik het ervaar/ervaarde.
Maar ook ik werd heen en weer geslingerd tussen ‘het aangaan’ en ‘het vermijden’, tussen mijn zielsmissie onderkennen en zo gezegd de handdoek in de ring gooien.
Er deed zich nog niet zo lang geleden een situatie voor waarbij Hub en ik beide voor een dilemma werden geplaatst, waarbij we letterlijk niet meer voor- of achteruit konden.
Meteen vertoonden we allebei een welbekende reactie, die we op dat moment niet zagen.
Iemand anders – achteraf was die persoon voor mij een ware gids op mijn/ons pad – wees ons op het patroon wat zich afspeelde: Hub die gefrustreerd raakte en zijn frustratie meteen botvierde op mij en ik die meteen in oplossingen ging denken, me als een dienstmeid ging gedragen, me wel verweerde, maar desondanks zijn reactie slikte als zoete koek.
Juist doordat ik zijn reactie begreep – hij wist zelf niet wat te doen en ik voelde zijn onmacht – was ik zoals altijd geneigd om zijn reactie te bedekken met de mantel der liefde.
Echter liet deze ‘gids’ mij zien dat ik mij zo niet hoefde te laten behandelen. Dat het niet klopte. Hub’s dominante gedrag hoefde ik niet te tolereren, ook al begreep ik de pijnlijke situatie.
Dat opende mij de ogen.
Want ja… het is zo vanzelfsprekend in onze relatie dat ik in pijnlijke situaties of als er zich problemen voordoen, meteen in de redder-rol schiet.
Maar ook in de moederrol… en de ‘dienstmaagd’rol…
Echter onderkende ik die niet, of… onderkende hem wel, maar ontkende hem meteen, omdat ook ik niet verder wilde kijken uit angst voor ‘wat dan’?
Vasthouden aan het oude, ook al is dat onbehaaglijk, is toch ook wel erg veilig…

Ik voelde steeds duidelijker dat ik het patroon waarin we beide zaten, vasthield, maar dat dit keurslijf waarin ik mezelf had gemanoeuvreerd, niet langer paste.
Het knelde, benam me mijn energie en maakte me doodmoe.
Daarvan bewust wordende werd me ook helderder wat IK wél wilde en begon ik te zien hoe mijn eigen en Hub’s handelingen bepalend waren geweest voor de manier waarop onze relatie zich had gemanifesteerd, en wist ik “Zo wil ik het niet langer!”
Echter zat/zit Hub nog steeds in dezelfde -aangeleerde- structuur en was zich niet bewust van zijn gedrag naar mij toe. Het was immers altijd zo gegaan. So be it!
Al pratende, wat ik al jaren doe, zag hij nog steeds niet wat er speelde.
Was dit vermijdingsgedrag of angst voor verandering en hechting aan het oude vertrouwde?
Ik kwam er maar niet achter.
Veel energie stak ik in het hem uitleggen hoe ik onze relatie, en mijn rol daarin, zag en steeds meer ben gaan zien.
Toch had ik het idee dat ik tegen een muur praatte.
Hij wilde gewoonweg niet zien wat ik bedoelde te zeggen en vluchtte in zijn eigen wereld of zocht afleiding in de buitenwereld.

Het was voor hem zo gewoon om in onze relatie zijn eigen ding te doen, waarbij hij handelde zonder mij te zien.
Een simpel voorbeeld is dat hij zonder iets te zeggen voor mij langs reikte om zijn handen te wassen, terwijl ik aan de wasbak en het aanrecht bezig was om mijn kefir te bereiden.
Eerder vielen mij die patronen niet op, ik accepteerde ze en wist niet beter, maar nu begon ik ze steeds meer te herkennen.
En ze stoorden mij…
De dominantie -of dat nu bewust of onbewust is- en mijn eigen ‘dienstmaagd’gedrag was niet langer in overeenstemming met waarvan ik heel diep van binnen voelde, dat mijn leven zo niet bedoeld was te zijn.
Om samen te vatten waardoor dit alles zich zo ontvouwde, is dat ik mijzelf ben gaan waarderen voor wie ik ben. Ik ben mezelf gaan liefhebben en ken mijn eigen kracht steeds meer.

Van dienstmaagd groeide ik naar vrouw… en van vrouw groeide ik naar bewuste erkenning van het goddelijke vrouwelijke in mij, die haar zielsmissie steeds meer herkent, erkent en leeft.
In mijn kinder- en jeugdjaren werd ik door mijn vader gezien als ik mij gedroeg als een man.
Ik kon goed leren en hij stimuleerde mij om verder te gaan studeren, iets wat in mijn tijd best wel ongewoon was; de meeste meisjes van mijn tijd gingen naar wat toen nog de huishoudschool heette.
Ik voelde me trots dat ik dit mocht gaan doen, want het huishouden had me altijd al weinig geïnteresseerd.
Ik wilde me niet identificeren met een huisvrouw. Ik voelde wel aan dat deze rol, en daarmee ook het vrouwzijn, minderwaardig was aan die van de man.
Mijn moeder was best wel modern voor die tijd. Zij kwam uit de stad en nu ze getrouwd was met mijn vader en in een dorp was gaan wonen, merkte ik wel dat zij meer haar mannetje (of vrouwtje?) stond in vergelijking met andere vrouwen in het dorp.
Zo zag ik haar tenminste als kind, maar in mijn tienerjaren en zeker toen ik het huis uit was gegaan en getrouwd, zag ik dat ook zij zich steeds meer aanpaste aan mijn vader en een nederigere positie innam om… Waarom?… Om het huwelijk te redden? Uit schaamte voor wat de omgeving ervan zou denken? Om niet te voldoen aan het plaatje?
Mijn oma, de moeder van mijn moeder, heb ik nauwelijks gekend. Ze is gestorven toen ik een jaar of 6,7 was. Wat ik me herinner is dat ze stilletjes op de achtergrond aanwezig was.
Tijdens een meditatie, waarbij ik afstemde op de energiestroom door mijn chakra’s, merkte ik dat deze stokte bij mijn zonnevlecht.
Ik vroeg aan Maria Magdalena wat dit me wilde zeggen. Toen kwamen ineens mijn moeder, mijn oma en vele andere vrouwen uit mijn familielijn erbij. En andere vrouwen… en nog meer vrouwen… vrouwen uit het collectieve veld.

Het ging over de onderdrukking van het vrouwelijke en de overheersing van het dominante mannelijke.
Maar het ging ook over het mannelijke in de vrouw zelf…
In verschillende etappes heb ik mijn familielijn aan mijn moeders kant kunnen helen.
Ik voelde hoe de starre, stalen koorden, die in mijn derde chakra en ook in mijn basis en buik aangehaakt zaten, versoepelden en veranderden in soepele, zacht gekleurde, in de wind meedeinende linten, die zich door het hele familiesysteem bewogen en alle vrouwen in de dans meenamen.
Er was speelsheid… vrolijkheid… maar ook een enorme duidelijke daadkracht en creativiteit die zich onder de vrouwen samenpakte.

Zij zetten met elkaar een krachtig liefdesveld neer, waarbij hun keuze voor het leven van de goddelijke vrouw in hun energie helder te lezen viel.
Wat heerlijk om deze vrijheid en bevrijding van dominantie te mogen voelen en ervaren!
Mijn onderste chakra’s gingen open en mijn derde chakra vulde zich met de kracht van de zon… de energie bewoog zich als een slang doorheen al mijn chakra’s en het vloeibare licht vouwde zich als een paraplu open en vulde mijn aura.
Het licht vanuit de kosmos vermengde zich met de stroom van aarde-energie en bracht mij in mijn midden.
Tenminste… zo voelde het in eerste instantie…
In de verbinding van mij, als vrouw, met de uiterlijke man had zich energetisch een – wat later bleek een tijdelijke – verandering voltrokken, zo als ook voelbaar was in de hele familielijn.
Mijn lichaam volgde de energie. Het liet mij fysiek ervaren wat deze heling betekende doordat pijnscheuten door mijn knie trokken.
Door de Biologische Natuurwetten weet ik dat ik in de genezingsfase verkeerde van eigenwaarde-inbreuken en dat de stagnatie in de familielijnen was opgelost.
Het ‘buigen’ en ‘onderdanig/minderwaardig-zijn’ ten opzichte van de dominantie van de man/het mannelijke vond zijn weg via mijn knie naar buiten en die pijn is sindsdien nagenoeg verdwenen. Hoe mooi is dat?
Je zou kunnen zeggen dat ik door de vele oefeningen en het supplement ‘Bamboe’ – voor het behoud van soepele gewrichten en sterke botten – fysiek het probleem heb opgelost, maar intussen weet ik dat emotionele en/of mentale ongeheelde delen in mijzelf zich fysiek kunnen gaan uiten.
Kniepijn gebeurt niet zomaar, is dus niet enkel een fysiek probleem en alleen het symptoom oplossen ruimt de onderliggende oorzaak niet op.
In de familielijn had zich dan wel energetisch een verandering en heling voltrokken met betrekking tot de relatie tussen -en van- man en vrouw, maar…
Hoe zat het met mijn eigen vrouwelijke deel in relatie tot mijn innerlijke man?!?
Ik mag dan volgens de BN in de genezingsfase zijn, maar eigenwaarde-inbreuken zijn absoluut geen quick fix.
Tijdens mijn meditatie ont-dekte ik dat ik de man in mijzelf nog steeds voor een deel afwees.
Soms duurde het een tijdje tot ik verbinding had met mijn Hogere Zelf, doordat mijn innerlijke mannelijke ‘daar wat van vond en dacht’.
Mijn innerlijke mannelijke was een sta-in-de-weg om bij mijn intuïtie te kunnen.
Ik heb geleerd om in de uiterlijke wereld als mannelijke vrouw hard te werken… in het doen te zitten en te zijn… mijn brein als leidraad van mijn leven te laten zijn.
Nu, in het in ontwikkeling zijnde vrouwelijke, op weg naar het goddelijke vrouwelijke, belemmert mij die mannelijke vrouw.
Hard werken heeft geen zin (meer). Het aan de kant zetten van de mannelijke vrouw al evenmin.
Want dat laatste is wat ik alsmaar doe en heb gedaan.
En natuurlijk vind dat zijn weerspiegeling in de buitenwereld en met name naar Hub toe.
Wijs ik mijn innerlijke mannelijke af, dan wijs ik Hub af.
Omarm ik mijn innerlijke mannelijke, dan kan ik met meer liefde naar Hub kijken.
Ik zie nu steeds meer wat die mannelijke vrouw van toen voor mij heeft betekend!
Hij/Zij is van levensbelang geweest voor mij!
Hij/Zij heeft mij geholpen om te kunnen blijven staan in een wereld van doen, handelen, en presteren om zo te kunnen blijven functioneren in mijn sociale omgeving én om gewaardeerd, goed genoeg en lief te worden gevonden.
Dat dit nu meer geldt, is een ander verhaal, maar daarmee mag ik de mannelijke vrouw van toen, en het innerlijke mannelijke van nu, nog steeds dankbaar zijn!
… En leer mezelf lief te hebben…
Ook, en vooral, de mannelijke vrouw in mij…
Hem/Haar waardeer… eer… en omhul met mijn goddelijke vrouwelijke liefde…
Opdat ze zich met elkaar kunnen verenigen en een-worden…

Juist doordat ik mezelf meer liefheb en waardeer, herken ik mijn eigen grenzen ook beter.
En erken… want ze maken zich met een duidelijke reden kenbaar die ik niet hoef te -en ook niet meer wil- ontkennen.
Soms gaat mijn partner over een grens die ik niet hoef te accepteren als dat niet goed voelt. Mijn lichaam gaat in een kramp die door mij gezien wil worden.
Ik zou daarop naar Hub kunnen reageren met afwijzing en daar is naar mijn idee niets mis mee.
Het ligt eraan hoe ik die afwijzing naar hem toe plaats. Ik kan het vanuit een gekwetstheid doen, waardoor hij zich weer niet gezien voelt, of vanuit eigen kwetsbaarheid, die hem daarbij weer uitnodigt in hem zelf te onderzoeken wat er in hem zelf, en ik wat er in mij, aangeraakt wordt.
Gekwetsheid is voor mij verbonden aan ego en aangeleerd gedrag en kwetsbaarheid staat in nauwe verbinding met het hart. Met mijn hart… maar ook met zijn hart.
Van daaruit grenzen aangeven kan ons beide laten groeien… naar ieder van onsZelf… en naar elkaar…
Vanuit het tonen van kwetsbaarheid, waarbij ik mijn eigen en ook zijn hart zie, zie ik daarmee Hub op zielsniveau.
Als Hub nog in oude pijn en daarmee gekwetsheid zit en ik benader hem vanuit een hoger gezichtspunt en vanuit mijn eigen mannelijke kwetsbare hart, nodig ik daarmee hem uit om op een ander manier naar zichzelf te kijken.
Met meer liefde en zelfwaardering…

Mannen (ik realiseer me dat ik hiermee generaliseer en omdat Hub natuurlijk het meest dichtbij staat, bekijk ik het vanuit onze relatie) hebben van nature, wat door het ‘systeem’/de maatschappij is ‘aangekweekt’, een bepaalde dominante positie ingenomen.
Daarmee (ook door het ‘systeem’ aangeleerd) hebben vrouwen een nederige, zelfs onderdanige positie ingenomen, waarbij het gevoel/het intuïtieve/ontvankelijke/scheppende is onderdrukt.
Onbewust is dat voor beide geslachten in al haar facetten en op alle gebieden gaan doorspelen.
Meestal is het de vrouw die als eerste bewust werd/wordt van de geïndoctrineerde patronen. Ze is gaan onderkennen, herkennen en daarmee erkennen dat die ongelijkheid tussen man en vrouw niet langer ontkent kan, en dient te worden.
De vrouw is gaan staan voor haar vrouw-zijn en voor degenen die zij is bedoeld te zijn:
Een krachtige ziel met mooie kwaliteiten!

De zielsrelatie.
Hoe meer de vrouw dat onderkent, hoe meer zij haar hartsbewustzijn leeft, én… daarmee haar partner/haar man/haar wederhelft uitnodigt om ook zijn hart weer toe te eigenen.
Daarmee kan de mannelijke dominantie transformeren naar dienstbaarheid.
Zit de man nog in zijn gekwetsheid, dan ziet hij dienstbaarheid als nederigheid en daarmee als zelf zijnde in een onderdanige positie. Dan is het zijn pijnlijk getroffen ego, dat hecht aan de oude situatie en zijn bekende, vertrouwde positie niet wil opgeven.
Zo blijft de afscheiding tussen man en vrouw bestaan.
Durft de man zich over te geven aan kwetsbaarheid, dan wil hij niet anders dan dienstbaar zijn ten opzichte van zijn partner. Zijn hart heeft hij zich weer toegeëigend en hij staat weer in direct contact met zijn ziel.

Er ontstaat een beweging naar elkaar toe… een heilige dans… een goddelijk samenspel.
Zoals man en vrouw bedoeld zijn te zijn en zoals het mannelijke en vrouwelijke in zowel man als vrouw in en met elkaar mogen gaan bewegen…
Het vormt de basis voor een intieme, goddelijk seksuele relatie…

Dit is de tijd dat dit heilige huwelijk steeds meer op het punt staat zich te gaan voltrekken.
Tussen twee partners, de man en de vrouw, maar vooralsnog vindt dit zijn bakermat in de vereniging van het mannelijke en het vrouwelijke in onszelf.
Het zou niet ‘mij’ zijn als de natuur zich dit niet naar mij spiegelde.
Deze keer was het Bamboe die mij die les weerspiegelde:

Haar veerkracht en buigzaamheid (Voor mij voelt de Natuur vrouwelijk omdat zij nauw verbonden is met moeder Aarde, maar eigenlijk zijn in ‘haar’ beide kwaliteiten al sinds de oorsprong versmolten en is ‘zij’ androgyn) leert ons dat wij mensen, ondanks alle obstakels, pijnen en kwetsuren, ons kunnen aanpassen, opstaan en de zin van het leven terugvinden.
Bamboe leert ons te vertrouwen op onze veerkracht, die ons vanuit de Bron is meegegeven en ons bewust laat worden dat we -door zachtjes mee te bewegen met de cadans tussen man en vrouw en met de stroom van wat het leven ons biedt- onze Zielsbestemming altijd -terug- zullen vinden.

Door te buigen en dienstbaar te zijn laat ze je zien dat je niet zult breken en juist zelfwaardering en zelfliefde zal toenemen.
Bamboe groeit snel en zij ondersteunt ons in onze groei naar wie wij bedoeld zijn hier te zijn. Ieder in ons eigen tempo.

Zij is daarin bijzonder krachtig: stevig staand en geworteld in zichzelf en tevens sterk verbonden met haar oorspronkelijke kern. Zij leert ons te luisteren naar de stilte van onze innerlijke wijsheid. Daar liggen onze antwoorden van wie wij zijn en hoe wij van daaruit onszelf vorm -kunnen- geven in deze wereld.
De Kahloo leerden het ons al…
we hoeven ons alleen maar te her-inneren:

BÉN… ALS BAMBOE
Nu het goddelijke vrouwelijke
in ons weer is herrezen
vraagt het mannelijke in ons zich af
wat zijn plaats nu wel mag wezen
In het naar binnen gekeerde, ontvangende vrouwelijke
herinneren we ons de Bron
Haar plaats is langzaam weggeschoven toen
het mannelijke ‘doenerige’ en ‘naar buiten gerichte’ begon
Echter…
Om vanuit de Bron
het licht de wereld in te brengen
hebben we het goddelijk mannelijke nodig
zodat zowel man als vrouw in-één kunnen versmelten
De Kahloo…
behorend tot de Ancient Ones
Zij, als wijze begeleiders der Essenen
onderwijzen dit al eeuwenlang
Deze Kahloo … als volledig geëvolueerde zielen
leren ons lessen, overgedragen vanuit de Bron
waarmee we door heling van de goddelijke man en vrouw
weer erkenning geven aan onze eigen en aller oorsprong
Uiteindelijk kan hij zijn ware vrouw, en zij haar ware man
alleen maar in zichzelf hervinden
De uiterlijke en innerlijke symboliek van bamboe
‘wijst’ ons op onze zuivere staat van verbinden
Bamboe…
Uiterlijk sterk, bijzonder in kracht
Van binnen stil, ingetogen en zacht
Gretig groeiend naar d’hemelse gewelven
Weelderige wortels, woekerend in d’aard haar zelve
Wat Kahloo zegt van Bamboe:
“Ontdoe je je geest van oordeel, angst en kilte
vind je in bamboe de wijsheid die je zoekt
Juist in de holte van haar heilige stilte
hoor je in diens leegte je eigen zielenroep”
De vrouw…haar hart reikt uit
vanuit de stilte van Bamboe’s heiligheid
Ze nodigt de man uit zijn hart te openen zodat hij
vanuit ontwikkelde eigenliefde tot zelfreflectie is bereid.

De man daarentegen is een holding space
de vrouw structuur gevend via Bamboe’s nodes
Zodat de vrouw vanuit een basis van veiligheid
uiting kan geven aan eeuwenlange in haar opgeslagen codes
Dan groeit ze… ont-wikkelt zich…
geeft wat haar Goddelijk is gegeven
En de man ont-dekt dat juist door openende eigenliefde
beide seksen zich nauwer met elkaar verweven
Daar versmelten man en vrouw
in hun gezamenlijke midden
Stevig staand in toesnellende stormen weten zij
elkaar steeds weer en meer op zielsniveau te vinden
Sterk verankerd in elkander
Beide toestaan te groeien… te veranderen
Bijtijds buigen, met elkander mee meanderen
Jezelf in liefde blijven bezien in de andere…
Zo kan in de samensmelting van hen beide
de sluier van afgescheidenheid verdwijnen
Zal de afstemming op de Bron zich gaan verfijnen
en kunnen we eindelijk in ons eigen Goddelijk licht verschijnen…

Dein mee op muzikale klanken en laat je op een dieper niveau -aan-raken door de symboliek van Bamboe:
Heel mooi Ans, hoe je je proces beschrijft en ook heel herkenbaar voor mij. Het is voor mij nog een worsteling. Langza
LikeGeliked door 1 persoon