
Het vliegveld van Bergerac…
Weer op weg naar huis na een heerlijke week bij onze vrienden Tanni en Willy, waar ik in de buurt een kruidenworkshop ‘Spiegelingen der Natuur’ heb gegeven.
Negen dagen en negen nachten…
Zonder Hub…
Het is, en we waren 12 augustus 2023 veertig jaar getrouwd, nog nooit voorgekomen dat wij zo lang van elkaar gescheiden zijn geweest.
Mijn lichaam liet mij twee dagen voor vertrek naar Frankrijk weten wat mijn geest nog niet wist:
Ik kreeg een koortslip, oftewel het herpes simplex virus zorgde ervoor dat ik rechts een pijnlijk gezwollen onderlip kreeg.
Ik had kunnen denken dat het virus – waarover je mag twijfelen of het bestaat – nu weer tevoorschijn kwam na te hebben liggen sluimeren in mijn zenuwen zoals de medici het verklaren naar aanleiding van een doorgemaakte stress-situatie en/of verminderde weerstand.
Nu verklaarde ik het echter anders. En wel vanuit de Biologische Wetten, die mij een veel meer bio-logische verklaring gaven:
Ik had een conflict opgelost en wel een scheidingsconflict en nu was, door de blaasjes van de uitslag, het conflict opgelost en kwam ik net voor ik wegging in genezing.
Vooral in de laatste nacht voor mijn vertrek, want die ochtend waren de blaasjes groter, pijnlijker en in hoeveelheid toegenomen.
Ze waren dus op z’n ergst toen ik wegging vanuit Nederland.
Tijdens de week weg werd de genezing steeds meer een feit en toen ik terugging naar huis, was mijn huid weer vlak, nog wat rood, maar niet meer pijnlijk of jeukend.
Wachtend om aan boord te mogen gaan…
Ik stuurde Hub een app-je dat ik weldra zou vertrekken vanuit Bergerac terug naar huis.
Het was zo’n bijzondere, fijne, inspirerende, liefdevolle week geweest en daardoor was het afscheid o, zo dubbel. Een stukje van mijn hart bleef dan ook achter in het mooie Frankrijk.
Het andere stuk van mijn hart behoort vooral Hub, mijn gezin en dierbare vrienden in Nederland toe.
Tijdens mijn verblijf hier waren er zeker momenten dat ik Hub enorm miste. Zijn warmte… zijn aanwezigheid… hij, bij wie ik al zo’n lange tijd heerlijk ongegeneerd kwetsbaar kan en mag zijn. Hij ook die me spiegelt en daarmee mijn schaduwstukken blootlegt, alsook daarmee frustraties en boosheid in mij oproept die hij mij, veelal onbewust, laat zien. Zeker niet altijd fijn, maar naderhand enorm verbindend en ik moet zeggen dat Hub en ik vooral het laatste half jaar veel meer dan alle negen en dertig jaren daarvoor, naar elkaar zijn toegegroeid.
Vaak heb ik getwijfeld aan onze relatie en vooral in de corona-periode.
Pasten we nog wel bij elkaar?
Ik werd me steeds bewuster van mijn plekje, mijn Zijn en ontdekte – ontdek nog steeds – de godin in mij en wie ik hier op aarde mag zijn en waarvoor ik ben gekomen.
Dit, terwijl Hub zich vooral bezighield met het spel, de schijnvertoning die ten tonele werd/wordt gebracht. Hij richtte zijn aandacht naar buiten… ik naar binnen…
Maar langzamerhand begon hij te ontdekken dat wat zich buiten hem afspeelde een weerspiegeling was van zijn eigen binnenwereld. Door hem kreeg/krijg ik weer mee wat er achter de coulissen gaande was/is.
Ik groeide/groei… ook door hem! Er was echter voor mij geen weg meer terug naar de ‘oude wereld’ waarin uiterlijkheden en machtsspelletjes de boventoon voeren.
Ik wilde verder met mijn zelfont-wikkeling en als Hub daarin mee wilde gaan, zou dat heel erg fijn zijn, maar bovenal wilde ik dat hij dat deed en leefde wat voor hem goed voelde.
Ik nodigde hem dus uit om bij zichzelf te gaan voelen waar zijn prioriteiten lagen.
Wilden we met z’n tweeën één zijn… een twee-eenheid… volledig met elkaar verbonden, was voor mij noodzakelijk dat hij zichzelf ging onderzoeken en zijn innerlijke wereld aan ging boren.
Dat was voor mij een vereiste. En waarom? Omdat ik zelf niet meer anders kon dan het door mij aangeboorde spoor te volgen. Mijn eigen innerlijke, intuïtieve weg.
Ik vroeg hem eigenlijk wie hij zelf hier op aarde wilde zijn en wat hij wilde doen.
Ik wilde absoluut niet dat hij mij volgde en mijn weg tot de zijne zou maken uit angst mij kwijt te raken.
Het proces van wat ik hier schrijf bewoog zich in golven: soms kwam er veel wind, en voeren we tegen de stroom van de ander in. Op een ander moment namen we de wind uit elkanders zeilen en ondersteunden we elkaar. Ook kwam het voor dat we in de spiegelingen van een rustig, deinende zee onszelf in de ander konden zien en daarmee de verbinding met elkaar, onze twee-eenheid – terug – vonden.

Maar bovenal was er de liefde die ons aanmoedigde onze eigen koers te varen.
Vooral dat laatste gebeurde steeds meer in het afgelopen half jaar.
Ook Hub spoorde mij aan mijn eigen weg te volgen, wetende dat het voor hem ook goed zou zijn even alleen met zichzelf te zijn.
En met die beweging… zijn aanmoediging uit oprechte liefde… en onze groeiende en gegroeide verbondenheid… vertrok ik naar Frankrijk…
Het vliegtuig steeg op…
Mijn telefoon zette ik op vliegtuigmodus nadat ik nog even vlug had gekeken of hij mijn app-je had gezien. Niet dus… het bericht was aangekomen, maar de beide vinkjes bleven grijs…
Geland…
Ik stuurde alsnog een app-je dat ik was aangekomen.
Wederom geen reactie.
Ik maakte me zorgen en ook merkte ik dat een zekere boosheid ontstond die mijn bezorgdheid begon te overrulen.
Tegelijkertijd dacht ik “Dit moet ik niet laten gebeuren!” “Ik moet nu blij zijn nu ik Hub zo lang niet heb gezien!”
Ik had me een voorstelling gemaakt hoe heerlijk het zou zijn zijn blije gezicht te zien en hem weer in mijn armen te sluiten. Nu voelde ik dat gevoel wegebben…
Tot overmaat van ramp stond hij er niet toen ik door de schuifdeuren naar buiten ging, waar normaliter familieleden de reizigers opwachten.
Ik raakte wat in paniek. Bezorgdheid maakte zich weer even van mij meester. Er zou toch onderweg geen ongeluk zijn gebeurd? Normaal gesproken leest Hub toch altijd zijn berichten. Waarom nu niet?
Ik besloot meteen te bellen.
Gelukkig… Hub nam vrijwel meteen op. Hij bleek op het parkeerterrein te zijn aangekomen na lange tijd in de file te hebben gestaan. Maar… nu zou hij er heel snel zijn.
Mijn bezorgdheid ging over in blijdschap dat hem niets was overkomen. Echter werd die blijdschap weldra overschaduwd door geprikkeldheid.
Ik zag Hub aan komen lopen. Wat zag hij er goed uit! Wordt deze man binnenkort 66?
Ik was trots. Wat een mooie man!
En toch… toen hij eenmaal door de schuifdeur liep, werd ik gegrepen door een heel ander gevoel.
Ik omarmde hem… maar met een zekere reserve… ik kon niet veinzen en wilde dat ook niet.
Wat een deceptie!
Natuurlijk merkte Hub het! Daarvoor kennen we elkaar te goed.
Ik wilde helemaal niet zo zijn en zo reageren, maar het gebeurde…
Waarom had hij niet even kunnen kijken op zijn telefoon?
Het had al zoveel gescheeld als ik had gezien dat hij had gekeken!
Waarom had hij geen berichtje gestuurd zodra hij van huis vertrok?
Dan had ik geweten dat hij zich in mij verplaatste en had ik kunnen lezen wat voor mij belangrijk was te weten.
Ik voelde mij niet gezien en vond dat Hub geen rekening met mij had gehouden…
Ik was zo verongelijkt dat ik zijn excuses niet kon aanvaarden.
Hij verontschuldigde zich dat hij in de file niet op zijn telefoon kón kijken.
Echter, ik wilde er niet van horen…
De reis verliep vlot maar gespannen.
We werden nog gezegend met een prachtige regenboog!
Ik begon mezelf steeds meer te verwijten dat ik de oorzaak was van de negativiteit, maar in plaats van in liefde te gaan zijn, bleef mijn ego de overhand houden.
Thuis zakte de spanning wat, maar ik bleef toch nog in het ongenoegen hangen.
Toen onze oudste zoon belde voor Hub’s raad en Hub te lang voor mijn gevoel aan de telefoon bleef hangen en te weinig aandacht aan mij besteedde, kon ik ook dat alleen maar op een negatieve manier naar hem toe ventileren.
Ondertussen was ik steeds bozer geworden op mezelf: Waarom kon ik niet gewoon aardig zijn en blij nu we weer bij elkaar waren?
Ook deze boosheid reageerde ik weer af op hem.
Wat was er in godsnaam in me gevaren?
Ik was mezelf niet meer en reageerde me af op degenen die me het meest dierbaar is.
Maar waarom? Wat gebeurde hier?
Ja, er was wel degelijk iets in me gevaren.
Dat iets was niet ‘zomaar iets’, maar entiteiten…
De volgende dag besloot ik Tanni te vragen of ze eens met me mee wilde kijken.
En ja… ik was ‘onder invloed van’.
Nooit gedacht dat het mij zou overkomen, maar in deze tijd – nu blijkt – is het aan de orde van de dag. Zoveel zielen verkeren sinds de prikken en hun overlijden in de tussenwereld, zijn in angst overgegaan, zijn zich veelal niet bewust dat ze er niet meer zijn en hechten aan bij degenen die zichzelf, ook door angst of een aan angst verwante emotie, niet volledig belichamen.
Juist op dat punt hechten ze aan. Daar waar eenzelfde soort lage frequentie aanwezig is waar de entiteit zich aan kan voeden.
Ook ik verkeerde in een negatieve frequentie.
Er werd een schaduwkant in mij aangeraakt, die gezien en doorvoeld wilde worden, maar daaraan dacht ik niet in het vliegtuig en ook niet erna.
Laat staan dat ik ging herkennen, erkennen, doorvoelen en mezelf helen op dat punt.
Er was geen plaats, geen tijd en ook geen bewustzijn om naar binnen te keren… en daarom gebeurde het dat ik werd ‘aangevallen’.
Bovendien was ik zo arrogant te ageren dat ík toch niet bevattelijk was voor entiteiten.
Hub ‘overkwam’ het in het verleden wel vaker, maar mij toch niet?!?
Dus toch wel!
Sindsdien weet ik dat er dan op een pijnpunt wordt gedrukt.
Er is een eerste pijl die wordt afgeschoten waarop je geen invloed hebt, die dus gewoonweg gebeurt. Deze pijl is neutraal. Echter, een tweede pijl is als jouw persoonlijke interpretatie van de eerste pijl. Als die raakt op een pijn in jou geeft dat de gelegenheid aan entiteiten om in jou aan te haken.
Entiteiten hechten dus aan een onopgelost en ongeheeld schaduwstuk in jou.
Het was niet leuk dit te ervaren, aangezien ik dacht dat het mij niet zou overkomen.
Nu weet ik dat het iedereen kan gebeuren, want wie is er nu helemaal bewust, geheeld en heel?
Aan de andere kant heeft het mij veel inzichten gegeven.
Nu weet ik dus hoe het voelt als ik ‘onder invloed ben’.
En als ik weet, kan ik iets doen.
Entiteiten verwijderen dus.
Daarom hier een protocol hoe te handelen (Met dank aan Agnes Jansen en Tanni Koens):

Handleiding zuivering entiteiten met de pendel.
1. Grond jezelf goed.
Visualiseer wortels die vanuit je voeten groeien naar het middelpunt van moederaarde. Vraag Moeder Aarde of ze jouwe hele lichaam wil vullen met deze energie via deze wortels.
2. Stuur liefde vanuit je hart via je kruin naar de schepper van al wat is.
Wacht en visualiseer dat het licht vanuit de oerbron in je hele lichaam terugkomt via je kruin.
Vul ook je aura met dit licht.
3. Vraag je hoofdgids, beschermengelen, en je lichtteam om hulp, bescherming en begeleiding tijdens deze zuivering.
4. Vraag aan jezelf via je pendel* of je last hebt van entiteiten in je lichaam?
Is het antwoord ja, doe dan het volgende:
Zeg de volgende transformatiezin met de hand op je hart: ‘Vanuit liefde geef ik mijn Hogere Zelf de opdracht alle entiteiten die zich in mijn lichaam bevinden met liefde en licht te begeleiden naar het licht en/of naar de plaats waar ze horen of vandaan komen.’
5. Wacht een poosje en voel wat er gebeurt.
6. Stel vervolgens nogmaals via je pendel* de vraag of er nog entiteiten in je lichaam aanwezig zijn.
7. Blijft het antwoord Ja, gebruik dan deze krachtzin:
Vanuit de kracht die ik vertegenwoordig vanuit de oerbron in alle werelden, dimensies, werkelijkheden of frequenties, gebied ik u nu – entiteiten in mijn lichaam – om voorgoed bij mij weg te gaan.
* Je hoeft niet altijd te pendelen. Als je vermoedt of voelt dat er mogelijk entiteiten in jouw aura aanwezig zijn, is dat ook goed.
Verschillende entiteiten.
• Buitenaardse entiteiten (o.a. archonten).
• Flora – fauna entiteiten zowel aards en buitenaards.
Deze hangen gewoon om ons heen en tappen af en toe energie. Kenmerkend is dat je deze ervaart in situaties waar veel mensen zijn. Dus in de stad of op een vliegveld. Mensen die daar last van hebben voelen dan dat hun energie plotseling afneemt, hun gronding minder wordt, zij hoger gaan ademhalen en paniekerig worden.
• Onderwereld entiteiten.
Dit is een categorie entiteiten die vrijkomen wanneer we ballast uit het verre ‘onderwereld’ verleden ‘raken’ en verwijderen.
• Entiteiten in je lichaam / organen.
Deze entiteiten komen in ons lichaam via een opening. Deze opening ontstaat bijvoorbeeld vanuit een innerlijk conflict of als resultaat van een fysieke aandoening. Deze entiteiten gaan in het betreffende orgaan zitten waar een bepaalde emotie is opgeslagen die het innerlijke conflict veroorzaakt. Dus bij boosheid in de lever en bij hartzeer in het hart. Deze entiteiten nemen ook hun eigen emoties mee. Het gevolg is een intense vermoeidheid en een gevoel van spanning en onrust. Met dit laatste onderscheidt dit type entiteit zich van de andere.
• Entiteiten in je aura.
Deze entiteiten bevinden zich in de aura en veroorzaken – zolang deze aanwezig zijn – een intense vermoeidheid.
• Entiteiten die je kent uit je huidige leven.
• Entiteiten vanuit vorige levens.
Dit zijn alle bovengenoemde entiteiten die ‘gekoppeld’ zijn aan ballast voortvloeiend uit een vorig leven.
• Dolende zielen.
Dit zijn zielen die niet in de gaten hebben dat ze plotseling zijn overleden (b.v. door een ongeval of moord) of omdat ze niet geloven in een leven na de dood. Of ze zijn bang om naar het licht te gaan uit angst voor straf. Deze zielen zitten dus vast in onze aardse dimensie en zijn bijvoorbeeld nog gehecht aan hun partner, familieleden, kinderen en huis. Deze zielen vragen om aandacht en kunnen gaan spoken om ons heen en in onze huizen en gebouwen. Voor deze dolende zielen is het dus fijn als we hen naar het licht kunnen begeleiden.
• Meelifters.
Dit zijn zielen die vanaf de geboorte – of nog eerder – met ons ‘meeliften’. Door mee te ‘liften’ hoeven zij niet te incarneren om de ballast en het karma die zij met zich meedragen op te ruimen en in te lossen. Deze ballast ‘dumpen’ ze als het ware geleidelijk in onze rugzak. Het mag ook niet opvallen, toch! Het is eigenlijk overbodig te vermelden dat wij hier last van kunnen krijgen. Lifters zorgen ervoor dat je leven zomaar anders en zwaarder verloopt dan jij zou wensen. Vanuit onderliggende zielsafspraken en baat- en zelfbestraffingsprogramma’s staan wij – onbewust – deze lifters toe. Het is nu tijd deze lifters te zuiveren en te verwijderen. Dan krijgen ze uiteindelijk toch wat ze wilden. 🙂
• Afgescheidenen.
Deze categorie bestaat uit intelligente energieën die het Spel van het Leven – om welke reden dan ook – niet meer willen spelen. Zij belagen daarom alles en iedereen.
• Demonische krachten en energieën • Satanische krachten en energieën
• Duivelse krachten en energieën
• Duistere krachten en energieën.
• Remmers.
Dit zijn entiteiten die willen voorkomen dat wij in onze kracht komen te staan.
Nu jij dit weet… nu ik dit weet en me er bewust van was/ben… kon ik er dus iets mee.
Op een gegeven moment ga je steeds meer voelen of je wel of niet entiteiten bij je hebt en ook wanneer ze weg zijn én ook als anderen entiteiten bij zich hebben.
Je kunt het pendelen… of wéten.
Ik wéét en voel… steeds beter en steeds meer, maar het begint allemaal met je bewust te zijn.
Dus… ons weerzien op herhaling…
En deze keer was het fijn en goed… zoals we beide voelden dat het voor ons in oorsprong bedoeld was te zijn… met elkaar verbonden … strevend naar versmelting in twee-eenheid.

Maar…
Als de entiteiten zijn verwijderd, wil je natuurlijk voorkomen dat ze terugkomen.
Dat betekent dat je het pijnpunt waarop ze aanhaakten voor jezelf mag gaan onderzoeken, oplossen en helen.
Vaak kom je dan bij vorige levens of familielijnen uit.
Zo ook ik…
Tijdens mijn meditatie kwam ik uit op de mannelijke lijn van mijn vaders kant.
Er is niemand meer in leven bij wie ik me enigszins zou kunnen beraden, dus moest ik uitgaan van wat ik zelf nog wist vanuit mijn jeugd en wat mijn Hogere Zelf mij in de meditatie liet zien.
Wat ik nog weet dat ik, als jong meisje van een jaar of acht, bij mijn opa en oma op bezoek was met mijn ouders.
Opa lag in bed; hij was ziek.
Hoe ernstig weet ik niet, maar wat ik wel nog weet is dat er een beladen sfeer in de slaapkamer hing. Op zijn nachtkastje stonden allerlei potjes en flesjes.
Medicijnen.
Per ongeluk stootte ik tegen een flesje met oogdruppels.
Het flesje viel om en brak, en de vloeistof stroomde over het nachtkastje.
Wat voelde ik me schuldig! Het voelde alsof, door het omstoten van de flesje, mijn opa juist daardoor sneller dood zou gaan.
Als volwassene weet je dat dat onzin is, maar deze gedachtengang van een jong meisje tekent wel hoe zij het leven bekijkt, sferen ‘proeft’ en energieën ‘beleeft’… en in die slaapkamer was de sfeer letterlijk te snijden…
Natuurlijk ging daar heel wat aan vooraf wat mijn kijk op mijn opa had gekleurd.
Ik herinner me hem als een afstandelijke, wat norse man. Van veel betekenis voor de gemeenschap en het gemeenschapsleven en weinig aanwezig in zijn -grote- gezin.
Hij is twee keer getrouwd geweest. Toen zijn eerste vrouw is gestorven, huwde hij mijn oma en uit beide huwelijken samen werden dertien kinderen geboren, waarvan mijn vader de jongste was.
Ik weet dat met name de zonen uit mijn opa’s tweede huwelijk bepaalde trauma’s, en dus ook mijn vader, hebben opgelopen. Ik weet dat zeker één van mijn vader’s oudere broers jong is gestorven en veelal was er drank in het spel.
Zo ook bij mijn vader.
Als hij het moeilijk had, greep hij naar de fles.
Hij was expeditiechef bij een toentertijd grote bierbrouwerij en later beheerder van het gemeenschapshuis in het dorp waar hij is geboren en waar ook ik ben opgegroeid.
Dus altijd was er wel drank in de buurt.
Als hij had gedronken en zat thuis kwam, werd hij altijd erg depressief.
Het is nooit uitgesproken, maar ik voelde dat hij dan werd geconfronteerd met zijn eigen falen en ontoereikendheid. Naar zijn gezin… en ook naar zijn eigen vader…
Mijn oma was een echte lieverd… maar altijd op de achtergrond. Ze was gekomen als dienstmaagd en vervangster van de moeder, toen opa’s eerste vrouw was gestorven en voor mijn gevoel is ze altijd dienend, dienstbaar en onderdanig gebleven.
Zoals een vrouw in die tijd, en ook in de generaties voor haar, werd geacht te zijn…
Mijn moeder daarentegen was een zelfstandige vrouw.
Ze kwam niet uit het dorp, heeft erg moeten wennen aan de dorpse sfeer en gebruiken, maar had daarin op een bepaalde manier toch vrede mee.
Ze trok, ondanks dat mijn vader het niet leuk vond, vaak haar eigen plan.
Ik weet dat ze heeft moeten zoeken naar de balans van ‘er voor mijn vader zijn en diens wensen’ en ‘kiezen voor wat zij zelf graag wilde en een bepaalde mate van onafhankelijkheid’.
Dat botste dan ook geregeld, waar ik als kind vaak tussen zat en het wilde fiksen. wat natuurlijk niet mogelijk was, en ook zijn sporen bij mij achterliet.
Hiermee schets ik in het kort van wat ik weet en heb meegemaakt met betrekking tot mijn mijn familie.
Tijdens mijn meditatie kwam duidelijk de rol van de kerk naar voren.
Ik zag de notabelen in die tijd en de burgers die gehoorzaamden aan hun wensen en voldeden aan hun verplichtingen die de kerk hen oplegde.
Mijn opa, maar ook diens vader – mijn overgrootvader -, diens grootvader en mijn over-overgrootvader, hoe zij hun uiterste best deden om de kerk te dienen.
Daartoe moest de man man zijn en zijn dominantie en heerschappij laten gelden over de vrouw… zijn vrouw. Zij diende slechts te dienen… was afhankelijk gemaakt van de man… mocht na het huwelijk niet meer werken… haar enige recht was het aanrecht…
Uiteindelijk was het de vrouw die, als drager van de erfzonde, alleen maar diende om kinderen te baren en voor haar gezin te zorgen.
Pas geboren was je al zondig, zowel man als vrouw, en de kerk zou je wel ‘helpen’, door te leven volgens de zogenaamde goddelijke wetten en op tijd je zonden te biechten, je plekje in de hemel te verdienen.
Seks hebben was ook zondig en was als daad alleen belangrijk voor behoud van het nageslacht.
Hoe frustrerend moet dat zijn geweest voor zowel man als vrouw, want wie kon het werkelijk goed doen volgens kerkelijke begrippen?
Zo ook kon het intuïtieve vrouwenhart zich niet in al haar zachtheid en ontvankelijkheid openen om daarmee de man te ondersteunen zijn eigen kwetsbaarheid te onderkennen, toe te eigenen en laten zijn om vervolgens in volledige twee-eenheid te kunnen opgaan in een heilige samensmelting, zoals het eigenlijk bedoeld is te zijn. Dat heeft de kerk altijd al in de kiem gesmoord.
God werd gezien als een schouwer – in onze tijd zou je het een stalker kunnen noemen – die de mensen constant in de gaten hield.
Het was geen liefdevolle God, maar een God oordelend over goed en kwaad die de kerk voorspiegelde.
Door de angst voor het oordeel en het vonnis aan de hemelpoort hield de kerk de bevolking met het zaaien van angst in het gareel en volgden ze als makke schapen.
Als gefrustreerde, geminachte en angstige schapen…
Ik zag hoe bij mijn opa, en eigenlijk iedereen van zijn generatie en de generaties voor hem, de kerk de centrale plaats innam in het gezin.

De kerk had als het ware een driehoeksverhouding geschapen tussen zichzelf, de man en de vrouw. Met de man en vrouw in de basis en zichzelf aan de top. De kerk bediende de touwtjes en de man en vrouw dansten eraan als marionettten.
En aangezien de man een bevoorrechte positie was aangemeten, betekende dat dat de vrouw nauwelijks tot geen rechten had.
Ik zag hoe mijn vader, mijn opa en al zijn mannelijke voorgangers, het zwaar hadden en eigenlijk niet aan de verwachtingen van de kerk konden voldoen. Maar toch hun uiterste best deden, en als dat dan ten koste ging van hun eigen vrouw of kinderen?!? Dan was dat zo.
Zo creëer je ongelukkige, ontevreden en vooral angstige mensen.
En mochten ze door hun onvrede zich naar buiten toe uiten, werd dat, in naam van God, in de kiem gesmoord en, werd men zelfs in vroegere tijden, vermoord.
Zo eindigden, meestal vrouwen, op de brandstapel of werden op andere wijzen gedood.
Te allen tijde wilde men voorkomen dat vrouw en man op enig moment ‘samen zouden komen’… als het ware zouden versmelten in een heilige twee-eenheid.
Wat staat en kerk ons hebben voorgelogen en aangepraat zit bij ieder van ons ingebakken in onze cellen.
Ook wij dragen het met ons mee.
Ik heb de familielijnen van mijn vaders kant schoongemaakt, geheeld en laten doorstromen met alle liefde en licht die in mij, en ook in ons allen, aanwezig is.

God is niet een oordelend iemand buiten ons. Het is niet iemand die ons in de gaten houdt.
Nee! God/Godin IS in ONS!
God is liefde… wij zijn liefde… en zijn geschapen naar het evenbeeld van God.
God wilde alleen zichzelf ervaren en dat doet hij (zij?) via ons. Wij zijn geschapen naar zijn evenbeeld en wij zijn allen een gods-(godinnen-)vonkje in een menselijk jasje.
Daarom kan ik, in mijn grootsheid als dat kleine stukje god, met licht en liefde mezelf helen en ook anderen bewegen zichzelf te helen. Alleen al door licht en liefde te ZIJN.
En ieder van ons kan hetzelfde doen.
En weet, al zijn wij een vonkje god… als een vlammetje… zelfs de kleinste vlam is in staat de donkerste kamer te verlichten.
Stel je dan eens voor wat vele vonkjes licht kunnen betekenen voor de grootste donkerte!
Dan zou de driehoeksverhouding, door kerk en staat geschapen, uit zijn verband worden gerukt en zou de goddelijke twee-eenheid tussen man en vrouw manifest worden en transformeren in het heilige huwelijk…
Ik ging nog verder… en keek naar een aan het bovengenoemd thema relaterende vorige leven.
Ik kwam uit in de 15de eeuw. In Frankrijk ten tijde van Jeanne d’Arc, waar ik als haar broer vocht aan haar zijde.

Jeanne hoorde al op 13-jarige leeftijd God die door haar heen sprak. Deze stemmen vormden de aanleiding een leger te vormen, aan te voeren en ten strijde te trekken tegen de Engelsen die grote delen van Frankrijk in hun bezit hadden. Jeanne stelde alles in het werk om de rechthebbende koning, Karel VII, op de troon van Frankrijk te krijgen.
Zij had een onverwoestbaar vertrouwen in God (in haar?!?).
Zij is/was het toonbeeld van vrouwelijke deugden voor veel vrouwen van alle klassen in de Middeleeuwen tot in de Renaissance.
Zij belichaamt/belichaamde tevens de mannelijke idealen van eer, plicht, moed, loyaliteit en leiderschap in een tijd dat vrouwen spiritualiteit belichaamden in een mannelijke wereld.
Jeanne d’Arc, samen met andere moedige vrouwen van haar tijd, zorgden voor een shift in die tijd en streefden naar eenwording van een natie, maar ook -symbolisch – naar eenheid tussen man en vrouw en de vereniging van God IN ons.
Het zou nog eeuwen duren voordat het zich werkelijk zou manifesteren.
Nu is de tijd daar.
Met velen worden we ons bewust. Vooral vrouwen maar ook steeds meer mannen.
Door onze eigen schaduwkanten te herkennen, erkennen en te helen en daarmee onze lichamen op te schonen, transformeren we naar de mooie goddelijke wezens die wij zijn, en ook altijd zijn geweest maar in ons lagen te sluimeren en in slaap werden gehouden door onder andere de kerk.
Wij ontwaken… transformeren de door de kerk gecreëerde driehoeksverhouding en de dualiteit van man en vrouw steeds meer tot een heilige twee-eenheid… en leven steeds meer het goddelijk licht op aarde.

Daarmee creëren we op aarde het paradijs (wat het altijd al is geweest ;)).
Dank je wel Ans, voor je openhartigheid en voor het delen. Veel herkenbaar.
LikeLike
Fijn dat je het herkent Ima, alhoewel het niet fijn is wat er gebeurt/gebeurde. Maar herkenning maakt bewust en dat is goed en ook weer mooi.
Dank je wel voor jouw reactie en het delen van jouw kwetsbaarheid. Liefs.💗🌟
LikeLike