
Soms gebeuren er dingen of onderneem je acties, die op dat moment ogenschijnlijk klein en onbelangrijk lijken of geen doel lijken te dienen, maar waarvan je achteraf zegt of ziet dat een hogere macht… God… de Ene… daarbij de regie in handen had en iemands pad bewust een bepaalde richting in stuurde of aan iemands pad een andere wending gaf.

In het laatste half jaar hadden Hub en ik regelmatig gesprekken over de waardes en het doel van het leven… zijn leven… mijn leven… ons leven.
Vooral ik miste een bepaalde diepgang, bewust zijn van wat zich in het leven voordoet en ook de vraag naar de bedoeling van, het doel van mijn, zijn en ons leven met elkaar.
Waar word ik blij van? Waar wordt hij blij van? Strookt ons gezamenlijke pad nog wel met ieders persoonlijke -zielen-wens?
Tijdens de communicatie met hem daarover voelde ik de verbondenheid en merkte ik dat hij zichzelf even liet raken in de diepere lagen van zijn bestaan.
Als ik echter daarin niet het voortouw nam en me dingen afvroeg, was Hub daarmee niet bezig. Hij deed dan gewoon zijn dingetje, zoals hij altijd gewend was om te doen. Vooral ‘in het doen’ zijn.
Dezelfde structuur bood hem veiligheid en ook wel tevredenheid en geluk.
Op een bepaalde manier was hij in zijn manier van doen koppig, een behoorlijk tikkeltje eigenwijs en een ware verzetsstrijder. In de wereld en alles wat daarin in zijn ogen niet klopt(e) en behoorlijk scheef zit/zat, kon hij volledig opgaan en ook absorberen zonder dat hij zich daarvan bewust was.
Als hij niet bezig was met datgene wat hij altijd al deed en heeft gedaan, was zijn aandacht bij wat zich in de wereld afspeelde, en dat bepaalde voor een groot deel de manier waarop hij invulling aan zijn leven gaf.
Mijn plekje in zijn wereld was steeds kleiner geworden.
Hij leefde de buitenwereld. De buitenwereld had hij verinnerlijkt.
Dat wat hem stoorde en wat hij onrechtvaardig vond en op zijn eigen wijze wilde bevechten, was als het ware een innerlijk gevecht geworden.
Wat hij bestreed, had bezit van hem genomen en had hij in zich opgenomen, zonder dat hij zich daarvan bewust was. Hij herkende de buitenwereld niet -meer- als een spiegel van zijn eigen binnenwereld, leefde de buitenwereld uit in zichzelf, voerde een innerlijke strijd met de uiterlijke wereld, zeker toen ik steeds meer aangaf dat ik daar geen deelgenoot van wilde worden gemaakt. Toen verinnerlijkte hij deze buitenwereld juist meer.

Voor mij is de buitenwereld een illusionaire wereld, een door ons allen gecreëerde schijnwerkelijkheid, waar ik als ziel heb besloten te incarneren en die een uitnodiging aan mij is om alles waar ik last van heb of wat me raakt, wat er naar mij toe wordt gespiegeld, in mezelf te onderzoeken, aan te kijken, (h)erkennen en helen, zodat ik steeds meer degene wordt die ik hier op aarde kom zijn: een ziel, deel van het Goddelijke, die hier de liefde en het licht komt leven.
De buitenwereld kan alleen een plekje IN jou opeisen, als je je eigen hart niet hebt toegeëigend.
Zoek je de waarde voor jouw zelf in de buitenwereld, zal je eigen hart nimmer worden gevuld. Alleen jijzelf kunt je hart vullen. Daarvoor mag je je liefde voor jezelf laten zien aan je eigen hart. Je mag jezelf, jouw hart, je eigen waarde geven.

Maar wát, als je de buitenwereld jouw eigen hart hebt laten inlijven? Zonder dat je je daarvan bewust bent?
Wát, als je je hart aan de buitenwereld, de illusionaire wereld hebt gegeven? Aan de schijnwerkelijkheid hebt verkocht? En deze buitenwereld jou de waarde moet geven, omdat je niet -meer- weet hoe je die waarde, dat gevoel van eigenwaarde, aan jezelf kunt geven?
Alleen jij kunt die aan jezelf geven! Niemand kan dat voor je doen!
Dat is voor mij ook één van de belangrijkste doelen en lessen hier op aarde… Je eigen hart hier leven!
Zodat je vanuit je toegeëigende, toegewijde hart jouw liefde en licht aan deze wereld kunt geven.

Het zijn liefdevolle lessen die je worden gegeven vanuit een ander, goddelijk perspectief.
De vraag is of je er gehoor aan geeft…
Hoor of zie je niet, dan is er een hogere macht… God… de Ene… die de regie in handen neemt en bewust aanstuurt op het laten ontstaan van gebeurtenissen die je leven een andere richting of wending geven en je aldus weer terug wil brengen op jouw oorspronkelijke pad.
Wij als mensen zouden dan zeggen: “Wat een pech heeft hij/zij”! “Wat erg wat hem/haar is overkomen”! “Het was zo’n sterk en actief iemand, hoe is het mogelijk dat dit nu is gebeurd?”
Niets gebeurt voor niets. Alles gebeurt met een reden.
Een reden, die met de rede niet te verklaren is, maar wel een duidelijke bedoeling heeft.
En wel juist op dát moment als iemand de weg naar zijn doel bijster is, zijn -zielen-pad is kwijtgeraakt.
Een hogere hand grijpt liefdevol in…

Echter als mens zie je dat op dat moment echt niet zo…
Zoals ik al zei, praatten Hub en ik de laatste tijd regelmatig over de waarden van het leven en onze plek in elkaars leven en of dat wel in overeenstemming was met wat ieder voor zich met zijn eigen leven wilde.
Was daarin plek voor de ander?
Nam ieder voor zich wel de voor hem of haar juiste, passende plaats in binnen de relatie?
Was er ruimte voor persoonlijke vrijheid en groei?
Was de relatie nog voedend en bekrachtigend?
In het midden van vorig jaar hadden we een paar heftige relationele conflicten die mij diep aangrepen. Het leek of het Hub weinig deed.
Op het moment suprème was hij kil, gesloten en voor geen enkele rede vatbaar. Als een blad aan de boom kon hij een paar uur later onverwacht omslaan. Ik zag twee geheel verschillende energieën voor mij, maar herkende in geen van beide een hartgedragen persoonlijkheid, hoewel de tweede een warmer voorkomen had dan de eerste. Soms leek het zelfs (en voor mijn gevoel was dat ook echt zo) dat hij werd overgenomen. Zijn hele gezichtsuitdrukking was een starre tronie. Emotieloos, strak en onverzettelijk.
Als de tweede persoonlijkheid, die dus een warmer voorkomen had, nog meer verzachtte, zag ik langzamerhand weer de persoon tevoorschijn komen, voor wie ik in mezelf nog steeds een liefdevol vuurtje voel branden.
Liefdevol, maar ook gekwetst en pijnlijk geraakt in wat zich in zijn -dit en andere- leven had voorgedaan.
Kwetsuren die hij liever niet wilde onderkennen, omdat ze te pijnlijk waren. Als hij ze überhaupt kon onderkennen. Vermijden is dan vaak de enige of gemakkelijkste optie.
Ik heb het in onze relatie vaak moeilijk gevonden te achterhalen in hoeverre iets hem écht NIET raakte en in hoeverre hij iets wegstopte omdat het te heftig was om aan te gaan of te voelen.
Als ik zelf iets voelde, ofwel lichamelijk of psychisch, zei hij altijd dat hij een rotsvast vertrouwen had in zijn eigen lichaam: “Mijn lichaam heeft het altijd goed met mij voor en lost het allemaal wel op”. Dat klinkt mooi en ik vond het knap dat hij dat vertrouwen blijkbaar zo had in tegenstelling tot mij.
Dat was ook de reden dat ik uiteindelijk workshops ging volgen over de Biologische Natuurwetten, om zo vertrouwen in mijn eigen lichaam te krijgen en dat, als ik bepaalde symptomen had, kon zien, weten en voelen wat daarbij in mijn psyche aan vooraf was gegaan dat het deze symptomen creëerde.
Hub leek zijn leven als vrijwel ongecompliceerd te leiden, maar in hoeverre was dat echt zo?
Dook hij wel werkelijk in wat zijn lichaam nodig had en hem zei?
Of volgde/vervolgde hij zijn weg, omdat hij het altijd zo had gedaan en vasthield aan de aan hem welbekende structuur?En zo zich voordoende obstakels of signalen die zijn lichaam eigenlijk gaf met de bijbehorende emotionele en fysieke pijn, vermeed?
Vaak heb ik me afgevraagd wat ons verbond in onze relatie.
Ik, die overal voor de volle honderd procent in dook. Om op te lossen, uit te zoeken, te begrijpen, mezelf te bevragen , en ook om de controle te kunnen houden over mijn eigen angsten en pijn.
Hub, die vasthield aan wat hem altijd al had gediend, vooral in het materiële. Met een sterk rechtvaardigheidsgevoel en een enorme sociale bevlogenheid.
Het sudderde bij hem.. en bleef voortsudderen in de oude manier van doen.
Dat strookte niet altijd met mij. Het stoorde mij zelfs en vele malen heb ik hem een flinke schop onder zijn kont willen geven.
Wanneer zette hij eens de schouders eronder en ging hij -in zichzelf- op onderzoek?
Nee, hij zocht liever het contact buiten zichzelf. En dat deed hij met verve.
Ik realiseerde me dat ik, door mij altijd zo verantwoordelijk te voelen, hem daarmee de mogelijkheid ontnam om deze zelf te pakken.
Doordat ik de psyche onderzoek, mezelf en de wereld om me heen bevraag en daarover graag communiceer, is dat wel lastig voor een partner die daarmee weinig tot niets heeft.
Daarnaast was/is het voor Hub niet gemakkelijk dat ik altijd doorga tot het gaatje. In de weg daar naartoe was hij zijn aandacht en interesse al lang verloren.
Waarbij ik me dan altijd afvroeg in hoeverre Hub, als het ging om voor hem minder interessante maar vooral meer gevoelige zaken, de pijn en het onderliggend verdriet vermeed.
Toch voelden we altijd als er onenigheid was geweest, dat onze verbinding heel sterk was. Zeker als we met aandacht en in open communicatie met en naar elkaar waren geweest, voelden we hoe krachtig onze band was.

Voor ons beider gevoel waren we op de goede weg een nieuwe vorm te vinden met elkaar. En ook in ieder van ons persoonlijk.
Maar was dat wel zo?
Want af en toe ‘fietste’ er toch een gevoel van onvrede en onbehagen doorheen.
Bij mij was dat gebaseerd op in hoeverre we -nog- aan elkaar konden groeien en invulling konden geven aan ieders persoonlijke zielsplan.
Dat hield mij, vooral met betrekking tot de ontwikkeling van mij(n) Zelf, bezig.
Toen werd het midden november… en het geschiedde…
Hub sliep de hele nacht niet.
Och… dat kan altijd wel een keer.
Maar de volgende nacht sliep hij ook niet… en de dagen en de paar weken daarna ook niet.
Beide dachten we dat hij teveel had gedaan en teveel op zich had genomen.
Om de minuut kreeg hij paniekaanvallen. En dat bijna drie weken lang.
In deze weken kreeg hij van de huisarts, waarmee ik telefonisch contact had, verschillende soorten rustgevers voorgeschreven. Hij is één keer gekomen om Hub een prik in zijn bil te geven, waarop hij zei dat Hub nu wel twaalf uur zou kunnen gaan slapen. Niets was minder waar; een uur later zat hij weer rechtop.
Hij kon niet meer liggen, de slaapkamer en het bed was een ‘no go’ geworden en hij zat al die weken rechtop aan tafel de paniekaanvallen op te vangen.
Het werd een vicieuze cirkel. De angst voor de paniek en de slaap niet kunnen vatten, maakte hem wanhopig en omdat niets van de medicatie, waar we sowieso al geen voorstander van zijn, hielp, gooide hij alles aan de kant.
Uiteindelijk werd het crisiscentrum ‘Vincent van Gogh’ in Venlo ingeschakeld. Zij kwamen, schreven weer noodzakelijkerwijs medicatie voor en vonden ook dat er lichamelijk onderzoek, wat al die weken nog niet was gebeurd, door de huisarts moest plaatsvinden, voordat zij verder gingen. Op zich was het al een verademing dat zij 24/7 bereikbaar waren, want wat had ik al die tijd afgebeld en geen gehoor gekregen!
Ondertussen waren met name zijn voeten en benen flink opgezwollen geraakt. Sommige tenen begonnen al paars-zwart te kleuren…
Toen de huisarts uiteindelijk kwam, was het bijna te laat. Hub’s hart functioneerde nauwelijks meer. Het had bijna drie weken lang een marathon gelopen terwijl hij constant op een stoel zat en nauwelijks kon bewegen. Zelfs de weg naar het toilet was te lang. Met een hartslag van tussen 140 en 180 dreigde zijn hart het te begeven…
“Uw man is op sterven na dood”, werd mij gezegd.
Dat kwam binnen als een mokerslag…
Er was maar één, en ook de enige mogelijkheid: middels een operatie hem aansluiten op de hart-longmachine en een aorta-pomp, om zijn falende hart te ondersteunen, zodat het tot rust kon komen.
Het was een spannende week. Het was erop of eronder.
De artsen benadrukten herhaaldelijk hoe zwaar ziek Hub was.
Wij, ik en onze kinderen, waren in een nachtmerrie beland…
Na een week kwam er een omslag: Hub’s hart begon zijn taak weer op zich te nemen!
Eindelijk konden we weer een beetje opgelucht ademhalen.
Hij lag nog steeds in een kunstmatig coma, waaruit hij bijna niet kon ontwaken.
Hij was doodop. Van de weken thuis voor de opname en alles wat hem daarna in het ziekenhuis was overkomen.
Zijn spierkracht en -massa waren enorm afgenomen en hij was erg afgevallen.
Maar hij was er weer!
Dachten we…
“Uw man heeft een longontsteking”, zei de arts. Het was wel te verklaren, omdat hij zo lang, en nog steeds, allerlei lichaamsvreemde apparatuur in zijn lijf had.
Volgens de Biologische Natuurwetten reageert het lichaam op een bio-logische manier. Hub’s lichaam was bang dat het ging sterven. Toen het gevaar voorbij was en hij dus buiten levensgevaar was, was de angst voor de dood dus opgelost. Het lichaam ging in genezing en toen kreeg Hub een longontsteking.
Volgens de reguliere geneeskunde door een bepaalde bacterie.
Volgens de BN komen er juist bacteriën om te helpen het lichaam te genezen. Longontsteking is een ziekte volgens de reguliere geneeskunde; volgens de BN is longontsteking juist de genezing.
Tegen de ontsteking kreeg Hub een antibioticum toegediend om deze bacteriën te bestrijden.
En toen kreeg het verhaal nog een vervelend staartje…
Iedere dag bezocht ik Hub in het ziekenhuis.
Zo heb ik ook gezien dat een paar dagen na het toedienen van het antibioticum de eerste uitslag ontstond.
Dit gebeurde schijnbaar vaker en daardoor had men in het ziekenhuis toch besloten hem van de IC naar de verpleegafdeling over te brengen.
De uitslag werd echter heviger. Eerst waren het rode puntjes over een groot deel van zijn lijf, die in de loop de tijd overgingen in rode, pijnlijke, warme vlekken, die uiteindelijk overvloeiden in een roodgloeiende huid. Uiteindelijk kreeg hij koorts en blaren over vooral zijn borst, buik, armen, handen, benen en voeten.
Ik vroeg hen te stoppen met het intraveneus toedienen van de antibiotica. Maar het was nodig, zei men. De longontsteking zou ernstigere gevolgen voor Hub kunnen hebben dan de antibiotica.
Ik kon alleen maar toezien wat er gebeurde…
Hub had een ernstige blaarziekte, luidde de eerste diagnose… Een auto-immuunreactie van het lichaam… Hub’s lichaam viel zichzelf aan volgens de reguliere geneeskunde.
Dat Hub’s lichaam bezig was de gifstoffen van de antibiotica via de huid eruit te gooien… ik was blijkbaar de enige die het zo zag…
Aldus werd de behandeling op de ernstige blaarziekte gebaseerd.
Gelukkig waren ze inmiddels met de antibiotica gestopt.
Hub belandde weer terug op de IC, want daar konden ze hem de verzorging geven die deze huidaandoening vereiste. In nauwe samenspraak met de expertisecentra in Groningen en Maastricht.
De verpleegkundigen die Hub verzorgden, waren geweldig!
Veel eerbied voor de intensieve zorg die zij gaven aan Hub’s huid.
Net als voorheen op de IC, toen hij daar lag vanwege zijn hart, wisten zij hem steeds weer te stimuleren en motiveren, zodat hij de moed erin hield.
Hub had in het begin een dip toen de uitslag en de pijn alleen maar toenamen. Daarnaast lag de revalidatie door dit staartje stil en kon hij nog steeds weinig bewegen. Als hij op een of andere manier niet goed lag, moest de verpleging komen om hem een beetje van houding te doen veranderen. En dat moest zeer voorzichtig vanwege de kwetsbare huid.
Toen zijn huid eenmaal ging herstellen -dat wil zeggen de blaren indroogden, verkleurden en loslieten en roze, nieuwe, doch zeer kwetsbare huid tevoorschijn kwam- verbeterde ook Hub’s gemoed.
Hij was er weer, maakt grapjes, maar was daarentegen o, zo kwetsbaar.
Net zo kwetsbaar als zijn huid…
Maar hij herstelde zich wonderwel. Hij kon inmiddels al een beetje staan, zijn armen en benen meer bewegen en ook de fijne motoriek van zijn handen werd met de dag beter.
Hij werd niet meer met een lift vanuit bed in een stoel gehesen en visa versa, maar met een stahulp.
De dag dat hij me echt herkende, huilden we samen.
We praatten. Hub eerst via een klepje op zijn tracheostoma, toen dat weg mocht, genoot ik met volle teugen weer van zijn stem. Zijn eigen, doch wat hese stem.
Ik voelde voor het eerst dat het landde wat ik zei en was zó blij hem weer te horen!
Beide waren we in het uiten naar elkaar (elkaar voelen was nog niet mogelijk) zo dicht met elkaar verbonden. Helemaal vanuit een diepe bron van liefde in onszelf.
Wat heerlijk om je hart naar, en de liefde voor elkaar te kunnen uitspreken!
Wat was dat lang geleden! En wat waren we dankbaar dat dit weer mocht gebeuren!
De dag daarna had ik een koortslip.
Dat betekende dat ik enkele dagen niet bij Hub op bezoek mocht vanwege mogelijk besmettingsgevaar.
Ik wist dat zich hier volgens de Biologische Wetten iets had opgelost en ik in genezing had mogen gaan over het me zo lange tijd niet hebben kunnen uiten, mijn mondje hebben kunnen roeren naar de persoon van wie ik zo lang – hier met name in de communicatie – gescheiden was geweest.
Hub!
Toen hij weer zelf vast voedsel mocht gaan eten en de sonde weg was, ging hij met stappen vooruit en verbeterde zijn toestand enorm.
Dat kwam door de liefdevolle, zorgzame hulp vanuit de verpleegkundigen en artsen, maar ook en vooral door de energetische begeleiding vanuit verschillende healinggroepen (Daniëlla en Kim bedankt!) de ondersteuning van dierbare personen die een lijntje hebben met ‘boven’ (Anne Marie en Nieke bedankt!) , en last but not least door Hub’s eigen motivatie, doorzettingsvermogen en het enorme vertrouwen dat hij had in de helende kracht van zijn eigen lichaam.
Ons beider dank is enorm groot!
Even terug…
Niets gebeurt voor niets. Alles gebeurt met een reden. Een reden, die met de rede niet te verklaren is, maar wel een duidelijke bedoeling heeft. En wel juist op dát moment als iemand de weg naar zijn doel bijster is, zijn -zielen-pad is kwijtgeraakt.
Een hogere hand grijpt liefdevol in.
Echter als mens zie je dat op dat moment echt niet zo…

We zien beide dat dit, wat voor menselijke begrippen ontzettend heftig is, heeft moeten gebeuren.
Het heeft moeten gebeuren voor met name Hub, maar ook voor mij, onze kinderen, en zelfs voor de mensen in het kringetje om ons heen.
Deze periode heeft Hub naar binnen doen keren en ik, altijd al veel naar binnen gekeerd en veelal mijn leven leidend volgens mijn innerlijke autoriteit, diende naar buiten te keren, uit mijn comfortzone.
Voor mij was dat in het begin zeer confronterend.
Ik moest hulp van buiten gaan vragen, terwijl ik veelal altijd de antwoorden in mezelf had gezocht of te rade was gegaan bij mensen die zelf met innerlijk werk en bewustzijngroei bezig waren.
In dit geval moest ik in deze wereld taken op me gaan nemen en werk verrichten waar ik voorheen weinig aandacht voor had en/of die Hub meestal deed.
Hulp vragen was het grootste ding, maar het kon niet anders. Ik moest wel.
Hub daarentegen was overgeleverd aan de medische wereld.
Iets, waar hij zich tegen had verzet, net zoals het verzet tegen wat er gaande is in de wereld in het algemeen.
Niet tegen de artsen en de verpleegkundigen, want die doen hun werk met hart en ziel, maar tegen de farmaceutische industrie erachter.
Ook ik ben met mijn neus duidelijk op deze feiten gedrukt.
Zoals Hub zijn binnenwereld en de pijn die daar huist, vermeed, realiseer ik me dat ik datzelfde deed met betrekking tot de medische wereld.
Ik wilde er niet van weten.
Totdat wij het zelf, Hub letterlijk, aan den lijve gingen ervaren.
In de periode dat Hub in het ziekenhuis lag, moest ik dus uit mijn comfortzone en me meer in ‘het sociale’ gaan begeven.
Veel moest ik regelen en doen, vooral mannelijke dingen die Hub voorheen deed.
Verzekeringen…camper schorsen… APK van de auto… tanken… pelletketel bijvullen… snoeien… enz.
Ik dacht het niet te kunnen, maar wonderbaarlijk genoeg vond ik de kracht.
Ik herinnerde me steeds het gezegde van Pippi Langkous: “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan!”
En ik kon het! En ik wist nu wat het was om, ondanks de heftige situatie waarin ik verkeerde, te weten en te voelen hoe die kracht aanvoelde en hoe het was om in deze kracht te staan.
Dat motiveerde.
Ook leerde ik om hulp te vrágen.
Het is zoveel gemakkelijker om hulp te bieden. Nu moest ik echter noodgedwongen over een drempel en.. zie wat er gebeurde! Er ontstond een mooie kring van mensen om mij heen in ons park, die er aan alle kanten voor mij waren.

Ik kon blijven eten, Shiva, ons hondje, werd uitgelaten, het houthok werd bijgevuld, boodschappen werden gedaan, pelletketel schoongemaakt, blad werd weggeblazen en… met kerst had men met een groep een kerststuk voor mij gemaakt en was de kerstverlichting buiten opgehangen om voor mij toch een beetje een gezellige sfeer te creëren.
Men leefde op ‘ons park’ zo ontzettend met mij mee en men bood mij diensten aan waar ze maar konden.
Wat er was, was een enorme dosis liefde! Liefde gegeven vanuit een ieders hart, en naar ieders mogelijkheden en kunnen. Wat weer een weerspiegeling had op de harten van een ieder in de hele groep.
Zo mooi om te mogen ervaren dat, juist doordat ik naar buiten trad, er een enorme hoeveelheid aan liefde en mededogen werd verspreid.
Er was werkelijk een enorm liefdesveld van mooie verbindingen ontstaan…

Wat er nog steeds is op ons mooie park.
Nu kan niet alleen ik, maar een ieder uit onze groep, zich meer veilig en vertrouwd voelen om ook een hulpvraag te stellen.
Wat zou het toch mooi zijn als dit zich zou uitbreiden! Naar het dorp… de stad… het land… de wereld…

Want, lieve mensen, is dat niet waar het leven met elkaar hier op aarde voor is bedoeld?
Laten we ons alsjeblieft niet langer overschaduwen door de angst en daarmee gepaard gaande scheiding, die ‘men’ probeert in stand te houden.
Over de angst:
Ik zie dat ook in het ziekenhuis een angstcultuur heerst. Men is bang voor virussen en bacteriën en wat de aanwezigheid daarvan een mogelijk – zelfs dodelijk – effect kan hebben op de kwetsbare mensen die in het ziekenhuis liggen.
Daarom zet men veelvuldig antibiotica en allerlei medicijnen in en houdt men strak vast aan allerlei protocollen.
Daardoor ook legt men mensen in isolatie voor mogelijk besmettingsgevaar voor andere patiënten.
Eigen bereide of meegebrachte zalven, sprays of crèmes zijn absoluut ‘not done’.
Men trok zelfs in twijfel of een olietje wat ik had meegebracht om Hub’s handen mee te masseren/liefkozen toen hij in het kunstmatige coma lag (de enige plek waar ik bij kon met alle toeters en bellen in en om hem heen) mogelijk had bijgedragen aan het ontstaan van de blaarziekte!
De psyche is niet of nauwelijks van belang. Fysieke genezing staat voorop en daarbij heeft iedere discipline zijn eigen invalshoek, vaak niet in overeenstemming met andere disciplines, waardoor een mens wordt gezien als een lichaam met diverse onderdelen, waarbij voor ieder onderdeel een bepaalde discipline beschikbaar is.
De mens als geheel, lichaam, geest en psyche speelt niet tot nauwelijks een rol.
Wordt er een diagnose gesteld, dan ligt er een vast behandelplan klaar met daaraan gekoppelde medicijnen.
De mens als individu en uniek wezen met een eigen unieke gesteldheid tellen niet. Iedereen krijgt dezelfde medicijnen, toegespitst op die bepaalde ziekte of diagnose.
En de patiënt, de kwetsbare mens, kan niet anders dan zijn of haar gezondheid in diens handen leggen, want doe je dat niet, dan kan dat wel eens hele nare gevolgen hebben.
Ik begrijp dat.
We zijn ermee opgevoed en hebben het aangeleerd gekregen.
Ook de dienstbare en zorgzame verpleging en artsen in het ziekenhuis.
Ik weet zeker dat ze helemaal vanuit hun hart handelen en uit volle overtuiging het beste voor hebben met hun patiënten.
Dat heb ik nu van dichtbij mogen meemaken.
Ik neem mijn petje voor ze af, want als ik zie wat zij allemaal doen om de patiënt zich zo goed mogelijk te laten voelen, dan proef, zie, hoor en voel je alleen maar hun liefdevolle toewijding.
En… niet te vergeten… als zij er niet waren geweest, was Hub er nu ook niet meer geweest…
Zij waren er toen de nood het hoogst was, en de dood op de loer lag.
Daarvoor ben ik, zijn wij, ontzettend dankbaar!!!

Aan de andere kant… spiritueel gezien…was het blijkbaar Hub’s tijd nog niet.
Ik schreef al dat Hub door hetgeen zich voordeed, naar binnen moest keren en ik me naar buiten moest bewegen.
In zijn leven verzette Hub zich tegen de wereld.
Het verzet van hem was groter dan alleen van dit leven, maar volgens een zeer liefdevol persoon met een lijntje naar boven, heeft hij zich dit in dit leven als klein jongetje ook weer eigen gemaakt. Bepaalde starre overtuigingen aangaande de uiterlijke wereld, maar ook verzet tegen het goddelijke.

In zijn gedrevenheid en eigenwijsheid verloor hij zichzelf in de connectie met zijn eigen goddelijkheid… zijn eigen liefde… eigenliefde… de verbinding met zijn eigen hart.

Ik stipte het al aan, zijn waarde moest hem gegeven worden door de uiterlijke wereld wilde hij zich gelukkig en blij met zichzelf voelen.
Als ik naga wat hij in dit leven allemaal heeft gedaan, en dan bedoel ik vooral fysiek, dan is het te groot voor één mensenleven.
Uiteindelijk was het ook te overweldigend in sociaal opzicht. Zeker heeft daarbij een grote rol gespeeld dat onze jongste zoon het contact met ons verbrak.
Echter… niemand anders kan ervoor zorgen dat jij je gelukkig met jezelf voelt en kan jou de liefde geven waar je naar verlangt. Dat kun jij alleen zelf!
Daarvoor moet je je eigen hart liefhebben.
Op de eerste plaats mag je je openstellen voor jouw eigen hart… haar horen… haar voelen… voelen hoe het voor jou klopt en luisteren wat het middels haar hartenklop jou te zeggen heeft.
Zodat jij jouw hart gaat volgen in alles wat het aan signalen afgeeft aan jou.
Dan… pas dán loop je in de richting die jij/jouw hart hier op aarde is bedoeld te gaan.
Dan volg je bewust jouw zielenpad/jouw hartenklop. En die klopt altijd voor jou! Letterlijk en figuurlijk.

Vermijd je echter het contact met jouw hart? Is het te pijnlijk wat je dan mogelijk zou kunnen gaan voelen? Dan zal jouw hart alles in het werk stellen, dat jij gaat luisteren.
Luister je niet… zal het harder van zich laten horen.
Luister je nog niet… roept het nog harder. Eerst zacht, weer harder, eerst ritmisch, dan aritmisch.
Wil je nog steeds niet horen, raakt je hart mogelijk zelfs helemaal uitgeput om aandacht te vragen via haar hartenklop.
En vertraagt het… sluit zich af… om uiteindelijk misschien wel helemaal te stoppen…

Dat is wat er gebeurde.
Hub’s hart had het nagenoeg opgegeven.
Dan is het een zegen dat de reguliere zorg met al haar expertise en technieken er is.
Zij waren zijn redding.
Hub’s diagnose was ernstig hartfalen.
Na alle onderzoeken noemt men het nu hartritmestoornissen.
Geen infarct; Hub’s aders zijn open en vrij, niet dichtgeslibd.
Men tast dan in het duister wat de oorzaak zou kunnen zijn.
Het is in het ziekenhuis niet benoemd en nader onderzocht, maar onze huisarts ontdekte dat het mogelijk Takotsubo Cardiomyopathie is.
Takotsubo-cardiomyopathie (ook wel stresscardiomyopathie of broken-heart-syndroom) is een tijdelijke aandoening van de hartspier waarbij het hart plots minder goed pompt, meestal na hevige emotionele of lichamelijke stress. De exacte oorzaak is niet helemaal duidelijk, maar waarschijnlijk spelen stresshormonen (zoals adrenaline) een grote rol. Triggers kunnen zijn: intens verdriet of schrik (overlijden, verlies van een dierbare, ruzie, contactbreuk, slecht nieuws, ernstige lichamelijke stress (als operatie, infectie, ongeval), soms is er geen duidelijke aanleiding.
De Biologische Natuurwetten verklaren het als een ‘overweldigd zijn’, teveel hooi op de vork hebben genomen, een specifieke eigenwaarde-inbreuk (‘Ik kan dit niet aan, het wordt mij teveel’).
Door het ontstaan van een constellatie met betrekking tot het verlies van onze jongste zoon, diverse relationele conflicten met de hierboven genoemde thema’s, het opslorpen van wat er in de wereld gaande is, én het vele fysieke en mentale werk wat Hub deed voor de gemeenschap met betrekking tot het wonen/de woningen hier op het park, heeft hij zich overweldigd gevoeld.
In plaats van het te uiten of anderszins te ventileren, heeft hij zijn lijf en wat zijn hart eerst fluisterde… vervolgens riep… en daarna schreeuwde, vermeden.
Sterker nog, hij heeft het diep in zichzelf opgeslagen en goed aangedrukt. Alsof het er dan niet meer zou zijn…
Door dit onbewuste vermijdingsgedrag (de pijn zal te groot en confronterend zijn geweest om te gaan voelen en te gaan aankijken wat er werkelijk gaande was in hem) heeft hij zichzelf aangeleerd, uit afscherming van de er onderliggende pijn, om niet meer te voelen.
Zodat hij zijn lijf niet meer kón voelen… en zich daarmee ook niet meer bewust kon zijn van zijn eigen hart…
Daarmee gaf hij de regie, ook onbewust, uit handen en vertrouwde zijn eigen hartenklop niet meer…
Tegelijk met de regie, durfde hij geen verantwoording te nemen.
Als je je eigen hart niet onderkent/erkent verlies je het contact met jezelf en neem je steeds minder eigen verantwoording uit angst om te falen.
Zo ontstaat een vicieuze cirkel en krijgt je eigenwaarde opnieuw een deuk.
Totdat je jezelf met je eigen haren uit het moeras trekt…
En dat is precies wat Hub’s hart hem nu wil zeggen:
“Voél me… luister naar me…zie me… eigen mij weer toe…Ieder hartenklop van mij… iedere ritmische beweging… voél me… loop niet van me weg… negeer me niet langer… durf mij te voelen.
En ja, dan komt er misschien pijn… een emotie… verdriet…
Omarm me daarin. Oefen je daarin.
Omarm me… en voel jouw waarde/mijn waarde in jouw handen.
En juist met deze mooie, geheelde handen (je hebt immers je huid losgelaten en bent vernieuwd, net zoals een slang die zijn huid afwerpt?)… helende handen kun je jezelf/mij jouw liefde geven.
Precies zoals het leven het heeft bedoeld.

Jij bent liefde… jouw hart leert jouw weer dat jij liefde bent…
En -opnieuw- geboren bent om deze liefde te leven… nu aanwezig te zijn in je Zelf…
In de eerste plaats naar jezelf toe… en ook vervolgens naar de ander…”

Ook ik heb geleerd:
Hoe diep voelde ik in die periode Hub’s afwezigheid.
Daarbij werd ik me bewust van zijn al dan niet aanwezigheid toen hij er nog wel was.
Ook al was hij toen niet echt aanwezig, toch zorgde hij voor een bepaalde veiligheid in mij.
Nu afwezig, bleef ik maar doorgaan en kon niet in de ontspanning komen omdat ik dan pas echt ging voelen hoe ik zijn veiligheid miste en hoe eenzaam ik me voelde zonder hem, ook al had ik zoveel lieve, ondersteunende mensen om me heen.
Hij was ondanks zijn afwezigheid toen hij er nog wel was toch mijn geaarde kracht.
Ik heb tijdens zijn fysieke afwezigheid gehuild en was ook boos. Nu was ik genoodzaakt dingen te doen die ik voorheen niet deed of niet wilde of durfde te doen.
Ik liep tegen obstakels aan, was boos op mezelf en ook op Hub, omdat ik die niet kon oplossen… omdat ik vond dat hij mij in de steek had gelaten… en dat ik dingen niet kon of hoefde te doen …omdat ik een vrouw ben en er niet tegen opgewassen hoef te zijn…
Maar ik moest… en…
langzamerhand voelde ik mijn kracht toenemen.
…Een kracht die mij met het mannelijke in mij als vrouw herenigde…

Een kracht, die ik nooit zou hebben ervaren als dit allemaal niet was gebeurd…
‘s Nachts verloor ik die vaak weer, was ik bang Hub te gaan verliezen, voelde de onmacht in mijn zonnevlecht en het enorme verdriet in mijn hart. Het benam me de adem. Ik kon het echter helemaal doorvoelen en erin wonderwel genoeg ook ontspannen. Daarna kwam er een diep gevoel van vrede over mij en voelde ik me weer verbonden met het hogere en de ware werkelijkheid, met mijn engelen en gidsen.
En daarmee kwam ik weer in verbinding met mijn eigen hart.
Mijn lichaam openbaarde mij de scheiding die ik ervaarde. Juist toen ik mijn kracht herwon, kreeg ik uitslag aan de rechterzijde (voor mij de partnerzijde volgens de Biologische Natuurwetten) op mijn borst.
Mooi hoe mijn lichaam weergaf, wat zich bij mij in de psyche had afgespeeld.
En wat ik nu had geheeld.
Heftige tijden zijn het geweest.
Een nieuwe tijd breekt aan.
Nu, eenmaal thuis uit het ziekenhuis, laaien oude tijden vóór dat het allemaal gebeurde, soms weer op.
Dan voel ik mijn eigen kracht weer wegebben.
Ik voel het! En juist doordat ik nu in de heftige tijd heb mogen ervaren hoe krachtig ik kan zijn, kan ik in andere tijden als mijn kracht verdwijnt, dat herkennen en weer oppakken.
Ik verlies mijn kracht als ik dreig mee te gaan in Hub’s proces.
Ik zie gebeuren als hij weer vermijdingsgedrag vertoont en vlucht in uiterlijkheden.
Daarmee gepaard schuift hij, onbewust, verantwoording af met het gevolg dat zijn eigenwaarde daalt.
Steeds weer vraag ik hem, bij wat er gebeurt en wordt gezegd, om terug te gaan naar zijn eigen hart. Als zijn hart een hartenklop geeft, hoeft hij daarvoor niet bang te zijn of van weg te gaan. Zijn hart wil hem op dat moment iets heel belangrijks zeggen. Het vraagt zijn aandacht voor iets waar hij niet in liefde met zichzelf is geweest of de taal van zijn lichaam niet wilde/kon horen.
Ik zie het effect van mijn woorden. Ik ben aan het sturen en klink misschien te belerend en soms ook controlerend als hij zijn eigen hart voor mijn gevoel weer in de steek laat.
Dan voel ik in mezelf ook weer de angst hem te verliezen.
Ik zoek naar de balans in naar hem uiten wat ik zie, voel en ervaar en het bij hem laten.
Hem zijn eigen weg laten bewandelen… al hoe hij die wil gaan…
Soms reageert hij weer fel naar mij. Blijkbaar spiegelde ik hem iets van wat hij in zichzelf niet wilde of kon zien of veroordeelde. Waarom? Wat is er gebeurd of aan vooraf gegaan?
Voor ons allebei is het oefenen aanwezig te blijven in de oude pijn, die nu gezien en geheeld wil worden.
Ook emoties komen en gaan, vooral nu ook bij Hub.
Hij stopt die niet weg, maar laat ze stromen. Hij kan dat ook niet meer en dat is zo mooi!
…Een kracht, die hem met het vrouwelijke in hem als man herenigt…

Ik voel verdriet.
Vooral verdriet als hij in de hardheid zit, daarmee zijn eigen hart op slot zet en ook niet meer liefdevol naar mij kan zijn.
Veel heb ik al losgelaten, maar er zit nog meer.
Ik voel mijn eigen hart meer dan tijdens Hub’s fysieke afwezigheid.
Het laat duidelijk van zich horen en laat weten wat het al die tijd voor mij heeft gedaan.
Het zegt, dat ik nu mag gaan rusten en in de ontspanning mag gaan.
Dat is soms nog lastig, want ik voel mijn rol als verzorger meer dan voorheen en wil de boel in huis onder controle houden.
Op fysiek vlak ben ik er voor hem. Ik ondersteun hem, help hem waar hij dat zelf nog niet kan.
Ook ik mag voelen wat de nieuwe, veranderde energie in huis bij mij teweegbrengt.
Aangezien ik nu weet wat mijn kracht is, voel ik, zoals ik al zei, ook wanneer deze wegebt. Dan kan ik me niet meer verbinden met, en afstemmen op het hogere.
Toch laten ze mij ‘weten’ dat ze er te allen tijde zijn, doordat ik dubbele cijfers zie, twee veertjes al in het begin neer dwarrelden voor de deur en daar al die tijd dat Hub weg was, zijn blijven liggen, twee duiven immer aanwezig waren, waar ik me ook bevond en ook bij Hub’s raam in het ziekenhuis, zeven witte reigers ons begeleidden toen Hub eindelijk het ziekenhuis mocht verlaten en we op weg waren naar huis…
Juist dan roept ook mijn hart.
Steeds gaat het weer over het teruggaan naar het hart… mijn hart… zijn hart…

Ook mijn hart roept dus om mijn aandacht.
Het heeft maandenlang in de overlevingsmodus gestaan.
Ik moest door… en mijn hart en lichaam zorgden dat ik het aankon.
Nu laat heel mijn lichaam weten wat het al die tijd voor mij heeft gedaan.
Nu komt de tijd om, naast het fysieke werk, te gaan rusten.
Juist dan laat mijn hart zich horen en komt de pijn van alles wat is gebeurd naar boven.
Ik wist niet dat er bij mij nog zoveel oud verdriet zat.
Dus niet alleen verdriet van alles wat de afgelopen tijd is gebeurd, maar ook van daarvoor en de hartenpijn die daar zit van onbegrepen, verlaten en niet gezien voelen.
Zelfs ons hondje Shiva herinnert ons en spiegelt ons.
Alle tijd dat Hub weg was, heb ik geprobeerd zoveel mogelijk de voor haar bekende structuur te handhaven.
Toch liet zij op een gegeven moment zien wat er bij mij speelde.
Ze hinkte.
Ik zou het fysiek kunnen verklaren dat ze zich ergens aan had bezeerd of iets tussen haar teentjes had gekregen van het wandelen op ongelijk terrein, wat een bos nu eenmaal is.
Ze ‘vertelde’ me echter wat anders.
Eigenlijk is ze een oud dametje, veertien jaar, maar ze loopt nog als een kievit of dartelt als een pup.
Ze beweeg zich precies zoals haar vrouwtje; kordaat en energiek.
Nu dus ineens niet meer.
Ik kon alleen maar langzaam met haar lopen om haar pootje te ontzien.
Eerst wilde ze nog gaan rennen, want dat was ze zo gewend en werd door mij natuurlijk als heel knap gezien voor zo’n oud hondje. Maar weldra merkte ze dat het niet kon.
Doordat ik haar zachtjes maande om langzaam te lopen door daarin zelf het voorbeeld te zijn, gaf ze er uiteindelijk aan toe. Ze vertraagde en gaf een duidelijk boodschap naar mij af: ook ik moest gaan vertragen…
Toen Hub thuiskwam, was hij nog niet bij machte om Shiva te knuffelen en met haar te spelen.
Spiermassa was nihil en spierkracht moest opnieuw worden opgebouwd.
Na twee weken thuis verloor Shiva plukjes haar. Daaruit bleek dat ze wel degelijk Hub’s aandacht had gemist en nog miste. Ze miste dat hij haar aanhaalde, liefkoosde en met haar ravotte. Ze miste de aai over haar bolletje, zoals de Biologische Natuurwetten het zien en daardoor verloor ze haar.
Gelukkig onderkenden we dit en zochten een weg dat Hub haar toch de aandacht kon geven zonder dat het hem teveel energie kostte.
En Shiva reageerde enthousiast en dolblij dat ze eindelijk weer werd gezien en aangehaald.
Ik mag me blijven herinneren dat ieder van ons zijn eigen proces heeft en dat het aan een ieder van ons is hoe we dat leven.
We kennen immers elkaars zielsplan niet.
Ik mag Hub zijn eigen ellende gunnen, net zoals hij de mijne.
Hoe kun je de waarde van de ander zien, als je jezelf niet ziet?
Hoe kun je je met een ander verbinden, zowel fysiek, emotioneel als energetisch, als de verbinding met je eigen hart er niet is?
Steeds weer mogen we elkaar herinneren wat we voelen… waar we het voelen in ons lijf…
Wat het zegt…
Kunnen we blijven? Aanwezig blijven? In de voelende pijn van onszelf en naar elkaar?…
Kunnen we luisteren? Blijven luisteren?
Naar onszelf… naar elkaar?…
Naar ons eigen hart?
En naar het hart van de ander?
Met mededogen?!?…

Noot:
Lieve lezer,
Dit is mijn verhaal… ons verhaal…
Het zijn mijn bevindingen en voor mij mijn waarheid.
Misschien zie jij het anders, en dat mag.
Laten we elkaars verhalen respecteren en dat wat ons verbindt met elkaar blijven eren.
In liefde en licht…