Félice ‘la visionaire’ liep door de tuin van een feodaal hof ergens in zuid-Frankrijk.
Ze genoot van de natuur en alle tekens op haar pad, waarvan ze wist dat die altijd signaaltjes duidden die belangrijk waren voor de mensen die bij haar kwamen voor raad of hulp.
Alvorens ze kwamen, wist ze al wat ze haar gingen vragen of verzoeken. De tekenen hadden zich al ruimschoots van tevoren aan haar getoond.

Van een heldere verbinding met de wereld van de geest was ze zich al vanaf haar prilste jeugd bewust. Eigenlijk sinds haar ouders beide door een noodlottig ongeval ineens uit haar leven waren weggerukt en zij als 7-jarige wees was achtergebleven.
Ze was enig kind, had alleen familie in Wales, en het was geen optie om zich bij hen te voegen.
Verder waren er maar weinig mensen die zich bekommerden om het hulpeloos achtergebleven meisje, alleen een Ierse monnik die woonde in het aan het hof nabijgelegen klooster.
De wereldlijke en kerkelijke macht waren in voorgaande eeuwen nauw met elkaar verweven.
Het groeiende roomse gezag was alleen mogelijk dankzij de gratie van de vorsten en de edelen. Bisschoppen werden aangesteld door koningen, werden vervolgens vazallen van de koning en gingen zich steeds meer als gewone edelen gedragen. De paus kon de keizer slechts overheersen zolang deze de vrijheid van de paus waarborgde en de geestelijke macht kon het van de wereldlijke macht slechts winnen dankzij de steun van die wereldlijke macht.
Naarmate de koningen en keizers zich meer moesten concentreren op wereldlijke bedreigingen, trad de kerk steeds meer op de voorgrond. Rome liet de kerk oordelen over burgerlijke zaken.
De kerk had de rol van de vorsten overgenomen.
Er ontstond een nieuwe geestelijkheid, die van de monniken, die een zekere aantrekkingskracht uitoefenden op alle lagen van de bevolking.
Het klooster was vrij van wereldlijke macht en bisschoppelijk gezag en viel direct onder de Heilige Stoel en kon daardoor uitgroeien tot een machtig en rijk instituut, wat steeds meer de plaats innam van wereldlijke gezagsdragers.
Ook het aantal volkspredikers, die zich kritisch opstelden tegen rijkdommen van de kerk, groeide.
Sommige werden getolereerd door bisschoppen, anderen kregen het etiket ketter opgeplakt.
De kerk ging steeds meer het dagelijkse leven van het volk bepalen.
Zij bejubelde het armoede-ideaal en predikte verzoening door lijden, zonder zelf zijn privileges ter discussie te stellen.
Ketterij werd een nieuwe vijand van de kerk.
In die tijd groeide Félice op.
De Ierse monnik, genaamd Fabricius, had zich over Félice ontfermd en zodra het meisje oud genoeg was, nam hij haar mee op het land en leerde haar over het verbouwen van groente, het gebruik van geneeskrachtige kruiden en ook leerde hij haar lezen en schrijven.
Ze verslond gretig de boeken uit de kloosterbibliotheek die Fabricius haar aanbood.
Hij onderrichtte haar in het evangelie en het meisje lag aan zijn lippen als hij haar vertelde over de verhalen in de bijbel.
Nooit heeft hij haar echter willen bekeren.
Het mooie aan Fabricius was dat hij het meisje haar authenticiteit liet behouden. Sterker nog, hij moedigde haar aan om het beste uit haarzelf naar boven te halen en deed zijn uiterste best om alle vragen die ze van jongs af aan stelde, en dat waren vaak zeer diepzinnige vragen, te beantwoorden.
Sinds de dood van haar ouders kon het meisje in de ‘andere’ wereld ‘kijken’.
Het was voor haar de normaalste zaak van de wereld om met hen te praten, alsof ze hier nog lijfelijk aanwezig waren.
Fabricius hoorde haar wel vaker ‘in gesprek’. In het begin dacht hij dat ze hardop tegen zichzelf praatte, maar gaandeweg kwam hij erachter dat ze met niet lichamelijk aanwezige, maar met de geestelijke werelden verbinding kon leggen.
Een wereld, met wie ‘de gewone mens’ niet rechtstreek in contact zou kunnen en mogen treden…
Dat was natuurlijk niet te verenigen met de ‘leer’ waarvoor hij had gekozen…
Fabricius was echter zo verknocht geraakt aan dit bijzondere meisje dat hij deze, toch in zijn ogen duivelse praktijken, zover mogelijk naar de achtergrond schoof.
Het zou vanzelf wel overgaan als het meisje ouder werd…
Félice veranderde van kwetsbaar kind in een krachtige, jonge vrouw, en toen ze een jaar of zeventien was, was ze rond Carcassonne alom bekend vanwege haar visionaire gaven.
In die tijd werden vrouwen – net zoals in vele eeuwen daarvoor en ook daarna – als minderwaardig gezien.
De kerk prentte in dat vrouwen zondig zijn, fysieke liefde zondig is en alleen geoorloofd is in het huwelijk en dan vooral om kinderen voort te brengen.
De vrouw is zondig en ‘verleidt’ de man. De vrouw mag geen rol van betekenis spelen, dient haar plichten als vrouw te vervullen en een onderdanige positie in te nemen.
Door zich op God te richten en vroom te zijn, maakt de vrouw toch een kans om gered te worden.
Fėlice was niet bepaald het toonbeeld van een godvruchtige en onderdanige vrouw.
Zij kende slechts één God, en dat was de God die in haar, en ieder ander levend wezen huist. Een God die niet straft, niet dogmatisch is of polariseert.
Deze God… deze vonk van God in haar, dreef haar.
Ze wist wie ze mocht en wilde dienen, haar ingegeven door de lichtwereld, de spirits van haar ouders en haar eigen hogere zelf.
Er was geen macht of leer buiten haar die zij volgde; zij volgde enkel het pad van haar eigen hart.
En dit hart leidde haar naar wie ze zelf wilde zijn en ondersteunde haar gave om mensen, met name de onderdanige en ondergeschikte vrouwen, te helpen de weg naar hun eigen waarde en kracht te vinden.
Kortom: Ze wees hen de weg om het goddelijke vrouwelijke te herontdekken… te leven… en te belichamen!
Iets wat toen, en nu nog, volledig tegen de kerkelijke wetten indruiste…

Félice was nog steeds onder de hoede van Fabricius, die haar nog altijd een veilige haven en een warm toevluchtsoord bood en bij wie ze terecht kon voor al haar levensvragen.
Wat ze echter niet wist, en ook niet had voorzien, was dat Fabricius hoe langer hoe meer het vuur aan de schenen werd gelegd door de bisschop, waar het klooster waar hij diende onder viel.
Hem werd van hogerhand het vuur zo na aan de schenen gelegd dat men dreigde het klooster niet langer van de nodige toelagen te voorzien en men het zelfs zou gaan opheffen áls…
Fabricius stond voor een dilemma. Moest hij kiezen voor zijn medebroeders en daarmee voor de gemeenschap die rond het klooster was ontstaan en allen van de nodige behoeften voorzag?
Of voor het meisje dat hem zo dierbaar was, maar wiens ‘praktijken’ niet pasten binnen de wetten van de Katholieke kerk?
Hij wist niet wat te kiezen. Hij kón gewoonweg niet kiezen… en schoof het voor zich uit…
En toen… toen wérd voor hem gekozen…
Althans… je kunt het geen keuze noemen. Er werd gewoonweg geëlimineerd, onschadelijk gemaakt wat in de weg stond…
Terwijl Félice op een rustige namiddag samen met andere toegestroomde vrouwen aan het mediteren was, hen inspireerde, moed insprak en hen hun eigen hart leerde kennen, werd de groep overvallen door gewelddadige mannen, die de groep vrouwen in korte tijd uit elkaar dreef totdat Félice alleen achterbleef.
Ze trokken haar de kleren van het lijf… mishandelden haar… betastten… stoten door… verbrijzelden… vermorzelden haar mooie, vrouwelijke lichaam en lieten haar voor dood achter…
Het waren mannen geïnstrueerd door de kerk om deze gruwelijke daden uit te voeren.
Félice was nog bij volle bewustzijn toen zij om de beurt haar dierbare vrouwelijke grenzen overschreden, met hun zaad indoctrineerden en daarbij haar zoete, onbedorven ziel volledig elimineerden.
Al haar mooie zielskwaliteiten… zielszaadjes die ze in menig vrouwelijke graal had geplant, werden van hun groeikracht beroofd en vervolgens gedood.
Haar voorheen zo stralende blik vertroebelde en werd dof.
Haar eens zo prachtige vrouwelijke lichaam verdoofde, werd gevoelloos.
Haar krachtige geest verloor ten slotte het bewustzijn… en…
de Félice van weleer was niet meer…
Zo werd ze gevonden door een schoonmaakster van het klooster.
Ondanks de zware verwondingen herkende ze het, weliswaar bewusteloze maar gelukkig nog levende meisje, bedekte haar met graszoden tegen onderkoeling en snelde naar huis om haar man te halen. Die legde haar vervolgens op zijn kar en nam haar mee naar hun huisje.
Ze kreeg een goede verzorging, maar desondanks lag daar in bed een gebroken jonge vrouw, die al haar levenslust en vrouwelijke eer had verloren…
Fabricius werd ingelicht.
Na uitvoerig overleg werd besloten dat het beter voor Félice, en ook voor Fabricius zou zijn, als Félice dood werd verklaard, zogenaamd was begraven, totdat de gemoederen zouden zijn bedaard.
Ondertussen kon het meisje herstellen en daarna zou men wel verder zien…
En Félice herstelde.
Maar de jonge, levenslustige vrouw van toen was er niet meer.
De verwondingen hadden hun sporen achtergelaten, zowel fysiek als mentaal.
Haar gezicht wat voorheen zoveel sprankeling en kleur had, was veranderd en oogde bleek.
Dat was niet het ergste; het maakte het juist gemakkelijker het meisje een andere identiteit aan te meten. Dat kon nu immers niet anders.
Wat erger was, is dat de levensvreugde met het verdwijnen van haar geest op die bewuste, akelige dag geheel was verdwenen…
… En op een zekere dag, nadat Félice voldoende lichamelijk was hersteld, was ook zijzelf plotsklaps helemaal verdwenen…
Alsof ze van de aardbodem was weggevaagd…
Jaren later, in de Langue d’Oc, dook er een troubadour op, die vloeiend Occitaans sprak.
In tegenstelling tot de meeste troubadours bezong hij niet de hoofse lyriek, maar legde hij door zijn zang en welbespraaktheid contact met het gewone volk en bracht tot uiting wat hem en hen beroerde.
Hij was niet verbonden aan een hof of adellijke familie, maar trok door den lande om de gewone burger vertier te bieden en even hun dagelijkse zorgen te doen vergeten.
Tenminste… zo leek het…
Verborgen boodschappen in de door hem gebruikte taal schenen de edelen niet te verstaan, maar het gewone volk des te meer, aangezien zij hun ziel grotendeels niet aan de duivel (kerk of staat) hadden verkocht.
Hun leven was immers hoofdzakelijk gericht op overleving.
Daar was het leven simpel, maar desondanks, of juist daardoor, was de ware kracht van hetgeen het leven wilde zeggen, gemakkelijker te verstaan.

Deze troubadour Félix verstond zowel de taal van het volk als van de edelen.
Hij kon, ondanks zijn eenvoudige komaf, lezen en schrijven en was intelligent genoeg en intuïtief ertoe in staat de ware boodschappen achter de vertelde verhalen van voornamelijk de kerk te doorgronden en middels zijn gezangen en gedichten de onbezoedelde zielen van de burgers aan te raken.
Geen enkele troubadour was daar tot nu toe tot in staat geweest, laat staan dat zij de ware toedracht van de kerkelijke boodschappen doorzagen.
Mensen werden door de kerk bespeeld zonder dat ze het in de gaten hadden. De boodschappen die zij te horen kregen, zaten vol met leugens, coderingen en misleidende informatie, waarmee de kerk de burgers om zijn vingers wond en, onder dreiging van zogenaamde goddelijke sancties en hamerend op de zondigheid van de mens, het volk manipuleerde en in een, op slinkse bijna niet te doorgronden wijze, in een door hen ingesnoerd keurslijf dwong.
Aangezien deze Félix de taal verstond van zowel kerk als volk wist hij de taal, door de kerk gesproken, zo te bespelen en energetisch om te vormen zodat het volk, zonder dat het zich daarvan nou echt bewust was, op hartsniveau werd aangeraakt, codes en bezweringen het bestaansrecht per direct verloren en de ‘gewone’ mens weer werd verbonden met zijn oorspronkelijke zielenkrachten.
Félix had meer volgers dan de predikers op de kansel.
En dat aantal groeide…
Velen vroegen zich af: “Wie is toch die Félix, wiens stem klinkt als een nachtegaal? Deze zou zomaar in een vrouwenlichaam hebben gepast!
Niemand kon toen nog vermoeden dat ze hier te maken hadden met een troubairitz in plaats van een troubadour…
Men kon dit vermoeden echter niet staven, want als deze Félix werkelijk een vrouw mocht zijn, was haar/zijn leven niet meer zeker…
Zo toonde deze Félix, middels zijn gezongen teksten en gedichten, omfloerst de god in iedere vrouw en dat zij met diens kracht en kunde met elkaar een nieuwe, betere wereld konden creëren.
Veel vrouwen en ook mannen, zuiver van geest en door de kerk als ketters betiteld, stonden op en belichaamden wat deze Félix met zijn/haar symbolische boodschappen aan hen liet weten.
Félice was terug als Félix, als feniks uit de as herrezen…

Félice… haar dierbare vrouwelijke zijn werd misbruikt en verkracht, haar intieme grenzen op gruwelijke wijze overschreden, zoals bij zovele vrouwen in die, en onze tijden.
Maar Félice stond op uit de dood, maakte van haar wond haar grootste kracht!

Wij vrouwen, en het vrouwelijke in de man, zijn ware healers!
Wij blijven opstaan…helen onze wonden … en transformeren… tot de goddelijke wezens die wij zijn.
Ja, zo sterk zijn wij, wij vrouwen! Sterker dan ooit!
Dit verhaal zou mijn verhaal kunnen zijn.
En… dat is het ook!
Dit verhaal heb ik ontleend aan een droom, of beter gezegd, een herinnering die zich liet zien ín mijn droom.
Voordat ik ging slapen heb ik aan mijn gidsen en geliefden aan de andere kant gevraagd of ze mij in mijn droom wilden laten zien wat de overactieve bekkenbodemspieren, die ik al geruime tijd heb, voor betekenis hebben.
Ik weet dat alles wat mijn lichaam laat zien, voelen en ervaren van belang is voor mijn ziel en mijn zielsopdracht in dit leven.
Alles, waar ik van mijn zielenpad dreig af te raken, of wat belangrijk is voor mijn ziel om -nog- te ontwikkelen, tekent zich af in mijn lijf.
Een tijdlang had ik diarree, met roodheid en een pijnlijke irritatie tot gevolg, waar steeds mijn aandacht naar toe ging.
Dat wat je aandacht geeft, groeit. Zowel in positieve als in negatieve zin.
Daardoor werd het genitale gebied hoe langer hoe pijnlijker, zelfs zozeer, dat ik niet meer durfde te fietsen of lang zitten, en iedere keer angst had als ik weer naar het toilet moest.
De pijn verspreidde zich tevens naar mijn billen en bovenbenen en leidde tot verkrampte spieren.
Als iets pijn doet, span je onbewust de spieren eromheen aan ter bescherming.
Zo creëerde ik zelf, zonder dat ik het in de gaten had, een overactieve bekkenbodem.
Het sloop er gewoonweg langzaam in…
Als je voorgaande blogs van mij hebt gelezen, dan zal het je bekend zijn dat ik een voorgeschiedenis heb van ingrepen, toucheringen en een operatie in mijn heilige, intieme gebied.
Vele malen is mijn vrouwelijkheid -al was het dan schijnbaar met goede bedoelingen van de medici – geschonden en mijn intimiteit geschaad.
Waarschijnlijk heb ik, om maar niet of zo weinig mogelijk te voelen, mijn aandacht van mijn onderlichaam teruggetrokken.
Veel heb ik daarin al geheeld aan familielijnen en vorige levens. Iedere keer is er weer een laagje afgepeld. En toch…
Ook weet ik dat het niet alleen mij aangaat, maar zoveel vrouwen met mij. Het is iets collectiefs, waaraan al zoveel vrouwen hard hebben gewerkt om zichzelf daarin te helen.
Waarom liet het zich dan toch weer opnieuw zien?
Wat hebben we niet allemaal doorstaan? Wat zijn we gebruikt, misbruikt en hebben grensoverschrijdend gedrag moeten tolereren? Hoe velen van ons zijn niet verbrand, verminkt, levend begraven, verdronken, alleen al omwille van het vrouw-zijn?
We waren machteloos, minderwaardig, overgeleverd aan de machten en krachten buiten ons…
Alles wat toen gebeurd is, vind zijn weerspiegeling in het nu.
Een weerspiegeling die ons lichaam NU laat zien.
Volgens de Biologische NatuurWetten heeft de diarree met een territoriumconflict te maken. Door de diarree legt mijn lijf de associatie dat mijn grenzen niet duidelijk zijn en daarmee gemakkelijk kunnen worden overschreden. Diarree helpt mij mijn grenzen aan te geven.
Net zoals een hond met zijn plasje zijn territorium afbakent.
Ook speelt een bezoedelingsconflict: “Ik ben daar vies”. “Ik wil mijn intieme gebied zo schoon mogelijk houden”.
Het lijf is bezoedeld door negatieve ervaringen.
Daarnaast is er een eigenwaardeconflict: “Ik kan/mag mijn eigen grenzen niet aangeven”. “Ik kan mezelf niet beschermen”. “Ik kan/mag niet staan voor wie ik ben of wil zijn”. “Ik ben dáár – mijn genitale zone – niet goed”.
Nu terug naar de betekenis van het verhaal en mijn droom/herinnering.
Snap je waarom mijn lijf me nu bewust maakt van mijn grenzen, helpt mijn grenzen aan te geven, zodat niemand misbruik van mij kan maken en niemand binnenkomt of dichterbij mag komen zonder mijn toestemming?
Is het begrijpelijk dat mijn onderlichaam om zich te beschermen tegen de pijn nu een ongevoeligheid heeft ontwikkeld? Zich heeft teruggetrokken? Is gaan aanspannen om ‘indringers’ te belemmeren haar heilige gebied binnen te treden?
Het moge ook nu wel duidelijk zijn dat die constant aangespannen bekkenbodemspieren, die overactiviteit, in stand gehouden wordt zolang ik niet ga/blijf geloven dat ik NU bij machte ben om te STAAN voor mezelf, zelf BEPAAL wie ik wens te ZIJN, hoe ik mijn leven inricht en waar ik voor STA!
En daarnaast nog – en dit is misschien wel het allerbelangrijkste – weer VERTROUWEN krijg in mijn lichaam en de wereld om me heen…
Het leven op aarde staat niet los van de energie die in de kosmos aanwezig is.
Het is niet verwonderlijk dat Cheiron, de gewonde heler, juist nu de toekomst in trekt.
Astrologisch gezien komen 5 maart 2024 Cheiron en de noordknoop samen.
De noordknoop is het punt in de toekomst waar het collectief naar toe dient te evolueren.

Cheiron is het archetype van de gewonde genezer of ‘the wounded healer of the soul’.
Cheiron is de karmische blessure die nu getriggerd wordt.
Dit archetype werkt via een helende crisis. Dat kan heftig zijn, waarbij weggeduwd trauma of oude pijn gezien wil worden voor wat het is.
In het collectieve veld gaan we dan ook heel veel lijden in de vorm van ziekte zien.
Het mooie van Cheiron is dat zijn wonden het medicijn worden van de wereld!
Het is dé grote uitdaging voor ons allemaal, en specifiek voor de vrouwen – en het vrouwelijke in de man – in deze tijd:
Heel je leven, heel je wonden door de pijn, het verdriet, je angsten te herkennen, te erkennen, in het volle licht te zien en te zetten!
Want dan maak je van je kwetsuren en kwetsbaarheden je grootste kracht!
Door deze pijnen in jezelf op te lossen, te zien voor wat ze zijn, te accepteren, kijken welke boodschap erachter zit en vervolgens te integreren, transformeer je en word je wie je hier bedoeld bent te zijn!

Het is deze kracht van Cheiron die NU geboren en geleefd wil worden!
Mijn lichaam heeft mij laten zien waar mijn kwetsuren zitten en tegelijkertijd ook mijn kracht.
Mijn bekkenbodem liet mij inzien dat ik me terugtrok/ distantieerde van mijn eigen lichaam en ook van mijn vrouwelijke scheppingskrachten.
Weer durven vertrouwen, hier weer aarden, recht hebben op mijn plek en die volledig innemen, is wat me hier door Cheiron wordt aangeboden.
Dan kan mijn kracht als dichter door dimensies, ervaringsverhalenvertelster, natuurbelever, kruidenkenner en creatieveling op vele vlakken tot bloei komen.
Dat zijn immers de belangrijkste redenen waarom ik hier gekomen ben…
En dan nog over de kracht en invloed van woorden en muziek:
Taal… gesproken, geschreven of gezongen, is altijd ingekleurd door degene die spreekt, schrijft of musiceert.
De manier waarop taal wordt ontvangen is ook weer afhankelijk van de perceptie van degene die luistert of leest, de cultuur en tijd waarin iemand leeft, de waarden en overtuigingen die men heeft, en geërfde familiepatronen.
Bovendien kan gesproken, geschreven of gezongen taal gemanipuleerd worden door de spreker of schrijver door ‘tussen de regels door’ coderingen, mentale programma’s en misleidende informatie ‘toe te voegen’, die door de nietsvermoedende en op deze manier gemakkelijk beïnvloedbare luisteraar of lezer in zijn celgeheugen worden geplant en onbewust zijn gedrag en handelen gaan bepalen.
Het kan zelfs iemands karakter veranderen.
Ja… angst zaaien door dit soort gemanipuleerde zaadjes maakt van mensen makke schapen!

Dit is zeer zorgwekkend, zeker omdat het zo ongrijpbaar is en nietsvermoedende mensen beïnvloedt in hun manier van doen en zijn.
Félice/Félix, in mijn droom of herinnering uit een vorig leven, was zich bewust van de indoctrinatie van kerk en staat en waarschuwde de mensen middels haar/zijn eigen geschreven en gezongen liederen. Zo ‘leerden’ zij onbewust en op een bedekte manier te leven naar, en enkel te vertrouwen op hun eigen hart.
Daarin schuilt altijd de waarheid!
In mijn droom/herinnering belette ik de elite/kerk/staat om middels de, door henzelf geschreven en op hun manier aangepaste teksten, dat zij het ‘gewone’ volk manipuleerden en in hen bepaalde codes implanteerden.
In onze tijd gebeurt dat natuurlijk nog steeds, zo niet meer, via de media maar ook via alternatieve kanalen.
Zelf acht ik het als mijn grote plicht om pure, eerlijke gedichten en verhalen te schrijven. Maar ook deze zijn gekleurd door mijn verleden en mijn percepties.

Het allerbelangrijkst wat ik hier wil zeggen is dat, in navolging van Félice en Félix, je bij alle informatie die jou wordt aangereikt, bij jezelf mag toetsen of die met jou resoneert.
De belangrijkste raadgever is daarbij altijd je eigen hart.
En dat is wat naar mijn idee deze tijd is bedoeld te zijn:
Ondanks, en misschien juist door alle ruis weer leren wat jouw eigen hart jou zegt.
Want dat klopt altijd en brengt jou bij degene die jij bedoeld bent hier te willen en te mogen zijn!

Jouw lichaam ‘praat’ tegen jou via zijn wonden.
Leer je luisteren naar de taal van je lichaam – wat altijd de pure waarheid spreekt – dan kom je in verbinding met jouw hart en ziel.
Daarin ligt verscholen, en popelt om zich te ontplooien, jouw goddelijke kracht.
Een kracht, die jou via geheelde wonden de beste versie van jezelf wil laten worden en wil laten zijn!
Volg jouw hart… en leef die kracht!
