Zoals je misschien nog weet, maken Hub en ik een reis.
Een innerlijke reis.
Het vervolg…
We waren aangekomen in de Pyreneeën.
Al voordat we van huis vertrokken, bijna vier maanden geleden, stond dit gebied op mijn wensenlijstje.
Iets in mij zei, dat ik hier wilde zijn geweest.
De energie van Maria Magdalena, Yeshua… de Katharen, Essenen, Tempeliers, Troubadours… het trok me enorm.
Dit zou dé afsluiting zijn van mijn/onze -innerlijke reis!
Rennes le Chateau.
Wat een bijzondere energie! Stil, sereen, heilig en hoog in frequentie!
Het kerkje heeft veel met me gedaan. Zoveel symboliek ook!
Na plaats te hebben genomen in de bank links van het beeld van Maria Magdalena legde ik contact met mijn Hogere Zelf.
Na mezelf te hebben geaard -wat vaak vrij moeizaam gaat, ook nu maar dan minder als anders- voelde ik een pijnlijke nek en schouders.
Alsof ik een zware last torste.
Ik kreeg het beeld dat ik werd onthoofd.
Waarom? Omdat ik boodschappen had verkondigd die niet gehoord mochten worden.
M.a.w. ik had mijn waarheid niet mogen zeggen.
Het gevolg is dat ik in volgende levens zeer behoedzaam ben mijn IK te ZIJN en te leven, uit angst te worden afgewezen.
Ik leef wel steeds meer wie Ik Ben, maar dan veelal voor en naar mezelf toe en uit dit alleen naar mensen met wie ik ‘op een lijn’ zit.
Af en toe laat ik mijn ware Zelf zien, omdat het -vooral in deze tijd- moeilijk is dat niet te doen en ik het gevoel heb dat steeds meer mensen het/mij zullen begrijpen. Maar ik doe het toch nog steeds behoedzaam…aftastend…
VERTROUWEN is wat ik mis. Vertrouwen dat het goed is wie ik ben en wat ik doe en laat zien. Vertrouwen dat mensen het goed met mij voorhebben. Vertrouwen dat, al wat er gebeurt, goed is voor mij en mijn ziel.
Terwijl dit ‘door me heen’ ging in het kerkje, voelde ik een koude aan mijn rechterzijde.
Mijn mannelijke kant staat in de kou.
Gevraagd wordt om man en vrouw in mij, in mij als vrouw, in elkaar te laten versmelten, één te worden met mezelf.
En dat niet alleen naar mezelf toe, maar ook in de relatie naar Hub toe, mijn man.
Opeens kreeg ik het warm, vooral aan mijn linkerzijde, wat uitwaaierde over mijn hele bovenrug.
Alsof Maria Magdalena een warme, beschermende arm om me heen legde. Zo fijn om dit te voelen!
“Je bent goed zoals je bent! Jij bent er om de man en vrouw in jou te helen en te verenigen, waardoor je -weer- jou eigen Goddelijkheid gaat leven.
Jij als microkosmos… als graaldrager voor de macrokosmos…”
Het ontroerde me… en nog…
Rennes-le-Chateau is een bijzonder plaats.
Het hoog vibrationele veld is overal voelbaar, zelfs bijna tastbaar.
De aloude lichtcoderingen van bergen, valleien, grotten, kerken en kastelen in dit gebied werken diep in je door.
De Tour Magdala ligt op het hoogste punt.
Wat zo enorm fascinerend was, is dat zich daar een vrolijke vlinderdans liet zien.

Ze dansten en dartelden door de lucht en om ons heen, en op het moment dat je de vlinders van dichtbij wilde begroeten, vlogen ze weer op.
Ze brachten ons een boodschap van liefde en vreugde.
Een erkenning voor de verschillende fasen in onze relatie die we hebben mogen meemaken om te komen waar we/ik nu zijn/ben.
Ze lieten ons weten dat het nieuwe begin dichtbij is…
Daarbij dienen we bereid te zijn ‘ons oude zijn’ te ‘vernietigen’, op te geven om te kunnen transformeren naar een andere vorm, een nieuwe vorm van ‘zijn’.
Verder lieten de vlinders ons weten dat dit voor ons een spirituele reis is/was.
Een spirituele reis, waarbij onze oude relatie (tot ons ieders Zelf en tot elkaar) eerst moet sterven om te kunnen transformeren om een nieuwe relatie – ook weer tot en in onsZelf en tot elkaar – te kunnen laten groeien.
Daarvoor mochten we op reis… een reis om te kunnen groeien en leren van en met elkaar en met alles wat we tegenkwamen.
Hoe mooi dat de vlinders ons dit ‘voordansten’!
Pech Cardou.

De volgende dag wilden we naar Serres en daar het kerkje bezoeken.
Serres ligt aan de voet van de Pech Cardou – de vrouwelijke berg, met daarin – naar men zegt – de tempel van Maria Magdalena.
Van daaruit lopen in de vier windrichtingen ondergrondse (energetische) lijnen/gangen, die zich weer splitsen in elk drie, dus twaalf in totaal.
Een van de lijnen komt uit in Rennes le Chateau en er schijnt ook een lijn te lopen vanuit de villa (voormalig kasteel?!?) naar de Pech Cardou.
Laten we nu net onze camper kunnen parkeren op die lijn! Hoe bijzonder!
En… we mochten hier ook blijven overnachten!


We wilden het kerkje bezoeken, maar het was jammer genoeg op slot.
De sleutel lag bij de mairie, maar die was helaas ook gesloten en ging pas weer op donderdag (het was dinsdag) open, zeiden twee mannen die ik aansprak. Dan zijn we helaas alweer vertrokken…
Schijnbaar was het niet de bedoeling dat we in het kerkje mochten zijn…
We besloten de Pech Cardou te beklimmen, ook al stond aangegeven dat de route naar boven ‘difficile’ zou zijn.
Wij hadden echter het gevoel dat we dit vandaag mochten doen.
Onderweg kwamen we, naast vele bloemen als het bosviooltje, wolfsmelk, de bosanemoon, vele SLEUTELbloemen tegen.
Dit is geen toeval (bestaat ook niet 😉)!

De sleutel van het kerkje was voor ons niet beschikbaar, maar de route naar boven, naar de Pech Cardou, was niet versleuteld: de sleutelbloemen openden ons de weg!

Het was een hele wandeling, en inderdaad, soms was het paadje smal, begroeid en belegd met vele keien en stenen.
Shiva, ons dappere hondje moesten we soms dragen, maar we zetten door!
We wilden dit zo graag doen!
En… ons werd gezegd dat vandaag de dag was dat we dit mochten doen!
Beide hadden we zoiets van ‘we gaan ervoor’.
Zelfs Hub wilde dit helemaal tot aan de top, terwijl normaliter hij het gemakkelijker opgeeft, zeker als het al laat is (we waren per slot van zake pas rond drie uur ‘s middags vertrokken).
Maar nu speelde tijd geen rol… we wandelden buiten de tijd…
De wandeling verliep grotendeels in stilte. Ook de omgeving was in stilte. Er was een serene stilte…
En toen kwamen we boven! Op de top!
Wow!!!
Meteen werden we opgetild naar een hogere frequentie.
We waren onder de indruk van hetgeen we zagen en ervaarden op deze plek, die voelbaar veel heilige wijsheid in zich droeg.

Hub had inmiddels een plekje gevonden aan de andere kant van de top.
De stenencirkel lag te wachten op mij!

En ik nam plaats… na het mezelf comfortabel te hebben gemaakt door een extra vlakke steen op de staande steen te leggen om zo een krukje te creëren en om tot me te laten komen wat er tot me wilde komen…


Ik voelde een soort koker vanuit mijn eerste chakra door het midden van de berg heen ontstaan tot op de bodem/tempel en nog verder.
Ook mijn tweede chakra ging ver open.
Ik opende me in het volste vertrouwen om te ontvangen. Te ontvangen in de warme bedding van mijn energetische baarmoeder… mijn beker… mijn graal. En het ging als vanzelf… ik opende als vanzelf.
Ik voelde Maria Magdalena heel dichtbij; mijn kruin opende zich naar de kosmos en ik ervaarde de prikkeling van haar ZIJN.
Ik voelde veel warmte aan mijn rechterzijde en een luchtige wind aan mijn linkerzijde; warmte voor mijn mannelijke deel en luchtigheid voor mijn vrouwelijke deel.
Vanuit mijn basis en bedding van mijn graal cirkelde de energie naar boven… naar mijn kruin…
Daar wentelden beide energieën om elkaar heen in warme liefde, wat resulteerde in een 180 graden draai van de energie: de luchtige wind draaide naar rechts, de warmte van de zon draaide naar links.
Als een slang die de Goddelijke krachten in haar bekken draagt, kronkelden beide energieën om elkaar heen en draaiden omhoog, om zich uiteindelijk in mijn hart te verenigen.
Zo bleef ik een tijdloos moment zitten.
Alleen maar voelen en ervaren…
Alsof Maria Magdalena zeggen wou (en zo voelde het ook echt):
“Jij bent hier nu – als voorbeeld – om de zon en de maan, de man en de vrouw in jou te verenigen en steeds meer jouw Goddelijkheid te leven om dat vervolgens in de wereld te zetten.
Jij nodigt daarmee anderen uit om hun eigen Goddelijkheid te gaan belichamen.
Hier, op deze berg… in verbinding met mijn tempel heb je de basis gelegd. Voor jou… voor de relatie met jouwZelf, de relatie met Hub… de relatie tot de wereld en het grote geheel…
Heb vertrouwen dat het klopt en voor jou is, wat je hier op de Pech Cardou gegeven is…”
“… en de sleutelbloemen, die jullie begeleidden op de weg naar boven, ontsleutelen de weg naar het hemelse licht.
Zij zijn de sleutels tot leven in een ander licht!”
Amen…🙏🏻
MontSégur.

De weg liep langzaam naar boven.
Af en toe kwam de immense berg in zicht, opdoemend tegen de blauwe lucht.
Hoe hoger we kwamen, hoe meer ik hem ten diepste (h)erkende.
Statig en sterk stond hij daar. En solitaire reus, echter met een wat triest en eenzaam voorkomen (of was dat mijn innerlijke geraaktheid?).
Wat voor taferelen hebben zich hier afgespeeld?
Hoeveel offers zijn hier gebracht? En dan de slachtoffers die hier zijn gevallen en verbrand op de ‘Prat dels Cremats’?
Maar ook wilde ik me invoelen in de gnostiek en mystieke levenslessen die de bonhommes en bonnefemmes ons hier hebben voorgeleefd.
‘Goede Christenen’ noemden de Katharen zichzelf en ze waren verenigd in hun ‘kerk van liefde’.
Zij zochten nog de intieme en rechtstreekse verbinding met het Goddelijke, waren een gemeenschap van volkomen gelijkwaardige individuen die eenzelfde liefde voor God en voor de medemens deelden.
Op die manier werd de band met een uiterlijke tussenpersoon -de kerk, een middelaar tussen het goddelijke en de mens- uitgeschakeld.
Door hun eigen voorbeeld toonden zij de weg die elke mens kon gaan om zelf een ‘Christus’ te worden.
Het Koninkrijk Gods bevindt zich niet in de uiterlijke wereld maar in het binnenste van de mens.
Hij moet zich los maken van het gewicht van alles wat hem bindt en naar bewustzijn opsluit binnen deze materiële werkelijkheid.
De gevestigde macht -staat en vooral kerk- hebben altijd angst gebruikt als tegenwicht tegen de vooruitgang van de individuele vrijheid.
Angst voor gevangenschap of het verlies van bezittingen, angst voor pijn of voor de dood (komt dat ons in onze tijd niet bekend voor?!?) en daarenboven angst voor goddelijke bestraffing in een eeuwige hel.
Bij de Katharen ontmoette de kerk een grote weerstand tegen deze angst.
Zij bereikten een heel grote innerlijke vrijheid door ascetisme en onthechting aan de materiële werkelijkheid.
Hier in Occitanië konden zij het best hun model voor een menselijke samenleving van naastenliefde ontplooien.
Naastenliefde was voor hen de ultieme uitdrukking van hun christelijke geloof.
Maar het allerbelangrijkste (voor mij):
Wat was/is hun relatie en verbinding met Maria Magdalena en de heilige graal? En de eenwording van het mannelijke en het vrouwelijke principe?
Een deel van de mystiek en symboliek ligt hier verborgen en ligt in deze eindtijd te wachten om te worden ont-dekt…
Het was een hele klim naar boven over de, hier en daar ook losliggende keien en stenen.
Steil, maar van korte duur: binnen een half uur kon je al boven zijn.
We liepen langs het mooi, groene veld van verbranding.
Dat zag ik in mijn ooghoeken, maar ik had moeite mijn blik erop gericht te houden. Enerzijds omdat ik dan niet zag waar ik liep, anderzijds omdat ik pijnlijk geraakt was bij de gedachte aan wat zich daar had afgespeeld.
Waarom wilde ik persé naar deze plek, naar deze berg?
Wat had ik hier eigenlijk te zoeken?
Ik probeerde bij mezelf te voelen of ik hier heel lang geleden enige betrokkenheid bij had gehad, maar ik kon er niet bij.
Was ik Kathaar geweest? Of van de Inquisitie? Het idee dat ik van deze laatste groep deel uitmaakte, voelde vreselijk.
Maar ja, we hebben in vorige levens vele rollen gespeeld… en ook niet zo’n fijne, maar duistere…
Ik was diep geraakt tot op het bot wat ik weet van de verhalen, het speelde zich in levende lijve in mij af nu ik hier was, en dat beheerste datgene wat ik voelde.
Wij liepen en klommen naar boven. Ondertussen daalden mensen al strompelend voor en boven mij naar beneden.
Ik dacht nog: “Zo moeilijk kan de klim naar beneden toch niet zijn?” en ik had het nog niet gedacht, toen ik vervolgens zelf viel over de als trap dienende keien.
Door me heen flitste: “Hoogmoed komt voor de val”.
Een spreuk die nota bene is ontleend aan de bijbel!
Katharen werden immers gezien als hooghartige mensen die ‘lak hadden’ aan de kerk en -wederom nota bene aangezien ‘kerk’ een vrouwelijk woord is – HAAR dogma’s.
Zulke hooghartigen zullen vroeg of laat vallen en een nederlaag lijden.
En dat was hier, in 1244, het geval.
Ik kan me zo voorstellen dat de laatste Katharen, hier op de berg van Montségur, met dit soort aantijgingen naar beneden werden vervoerd, naar het veld waar ze zouden worden verbrand.
Maar ik kon ook voelen dat hun saamhorigheid enorm was.
Hoewel zeker ook angst soms aanwezig moet zijn geweest, heeft hun gezamenlijke en sterke verbondenheid met elkaar, hun krachtige verbond van liefde, hen geholpen alle wereldse beschuldigingen aan te kunnen; Ze werden geleid door een kracht, groter en hoger dan zij zelf… een Goddelijke kracht…
En niets is sterker dan dat!
Met wat pijn aan mijn rechterbovenbeen en bil kon ik de weg naar boven toch volbrengen.
Hoe hoger ik klom… hoe meer ik me bij tijd en wijle gedragen voelde… Dan voelde ik me ingehouden, dan weer gedreven.
Ik was opgewonden en nieuwsgierig tegelijk. Hoe zou ik het ervaren als ik ‘daarboven’ zou zijn?

… En uiteindelijk was het zover.
Ik liep door de ‘poort’ naar binnen…
Wat teleurgesteld… dacht meer te zullen voelen en ervaren… maar dat was niet zo.
Ik werd afgeleid door de mensen die er ook waren. En anderen die nog na mij kwamen, of weer vertrokken. Soms met luide stem aanwezig, wat mij belette om helemaal bij mezelf te komen.
Ik besloot om op een stenen muurtje te gaan zitten.

Het was nu eenmaal zoals het was en blijkbaar niet het moment.
Teleurgesteld was ik omdat ik had verwacht toch enigszins te kunnen voelen wát en óf ik op enigerlei wijze betrokken was geweest bij wat zich hier had afgespeeld.
Het enige wat ik ervaarde, als ik alles wat zich om me heen afspeelde even kon afschakelen en mezelf aardde, was een hoge sereniteit en heiligheid op deze plek, maar anders dan op de Pech Cardou.
Daar had ik me echt één en opgetild gevoeld en sterk verbonden met mijn eigen, en de berg haar heilige tempel.
Aan de lange achterkant van het chateau ging ook een poort naar buiten.

Zodra ik, al was het slechts met één voet, een stap naar buiten had gezet, voelde ik dat ik hier een sterkere verbinding mee had.

Het was er voor het oog een rommelig geheel van stenen, maar de energie was hoog en heerlijk! En het uitzicht duizelingwekkend, maar fenomenaal.
Doorlopend naar de ‘kopse’ kant van de ruïne, naar de buitenkant van een soort van toren, voelde ook heel fijn. Ik was één met de daar aanwezige gewezen zielen om me heen… eenheidsbewustzijn… met hen… en met heel de omgeving.
Het voelde paradijselijk, daar aan de buitenkant van de ruïne.
Ik, als klein, maar toch betekenisvol deel van de kosmos. Van betekenis en verbonden in de naam van Liefde met de andere mooie zielen om me heen.
Hier was ik een tijdlang alleen, waardoor ik alles wat er zich in en om me afspeelde, goed in mij kon opnemen en door me heen kon laten stromen…
Ik weet niet hoe lang ik daar ben gebleven, maar op een gegeven moment hoorde ik Hub roepen.
Terug naar de realiteit en de hedendaagse tijd…
Het was tijd om weer naar beneden te gaan.
Het bleek al na zessen te zijn.
Bij iedere stap en klim naar beneden, focuste ik op hoe het moet hebben gevoeld om als Kathaar hier naar beneden te zijn gegaan, richting brandstapel.
Angstig… maar sterk met elkaar verbonden… en hoewel het een ‘gang’ naar beneden was richting veld, voelde het ook bij iedere stap als een stap naar boven, richting God. Zo ontzettend sterk voelde hun geloof!
Beneden, weer aangekomen bij het veld van de verbranding, zag ik de mooie gele waas die over het veld lag.
Maar ja, wat is er zo apart aan een wei begroeid met paardenbloemen?
In de lente staan de weiden er toch vol van?
Toen ik mijn blik verfijnde, zag ik tot mijn grote verwondering dat het geen paardenbloemen waren, maar…. SLEUTELBLOEMEN!
Ook hier weer… net als op het pad naar boven naar de top van de Pech Cardou!
Wat een symboliek!
Sleutelbloemen zijn echt geen algemeen voorkomende bloemen!
Natuurlijk heb je wel de gekweekte versie, genaamd primula, maar in het wild vind je ze slechts op bepaalde plaatsen.
Dit was zo’n plaats, en hier stonden ze in overvloed!

Ze stonden daar met een duidelijke boodschap!
Een boodschap voor mij:
Zij verwijzen naar het hemelse licht, dat ruimte geeft en levenskracht om op te staan.
Ze zijn een sleutel tot leven in een ander licht.
Sleutelbloemen zijn de sleutel van toegang tot het onbekende, het ongeziene, en is aan de mens geschonken om verborgen schatten te ontsluiten.
De sleutelbloemen lieten zich aan mij zien.
En ik zag en begreep ze!
Met voor mij -en ook voor Hub- een duidelijke boodschap:
Voor mij als vrouw (en voor Hub als het vrouwelijke in hem als man) ligt hier de uitnodiging om mijn Goddelijke vrouwelijkheid te gaan belichamen, (voor) te leven, weer in mijn vrouwelijke kracht te gaan staan.
Hub als man (en ik als het mannelijke in mij als vrouw) mag vrouw worden. Ontvankelijk, open en passief.
Om tot het passieve te geraken (in plaats van het voor de hedendaagse man zo kenmerkende actieve en dominante) dient hij ‘te laten gebeuren’. Ik als zijn vrouw, en het vrouwelijke in hem, ben zijn inwijdster, zijn leermeester en begeleider.
De vrouw vertegenwoordigt en is verbonden met de Grote Moeder… Maria Magdalena…
De man mag zich laten leiden, zich overgeven, om zichzelf te vinden.
Alleen zo kan de man werkelijk mens worden.
Alleen zo kan de vrouw doen waarvoor ze vrouw is geworden:
Haar scheppingskracht vanuit haar bekken (de graal), ingebed in een veilige en beschermende mannelijke ‘holding space’, stelt haar in staat om samen (vrouw en man en het mannelijke in de vrouw en het vrouwelijke in de man) in en om elkaar de liefde te dansen en samen te smelten/ een te worden in hun hart.
En zo samen de nieuwe aarde te creëren.
De man en vrouw als microkosmos.
Door hun transformatie dienend de macrokosmos, het collectieve bewustzijnsveld.
Net zoals met de Cistusroos, die we een tijdje geleden tegenkwamen op onze -innerlijke- reis (zie mijn vorige blog) ben ik erg dankbaar dat zich deze Sleutelbloemen aan mij lieten zien.
Met een boodschap van liefde voor iedereen die het wil horen en zien…
Dit was mijn/onze -innerlijke- reis.
Inmiddels zijn we weer thuis.
De schatten die we mochten meemaken, ervaren, zien en horen hebben we in ons hart meegenomen.
En verder gaat onze -innerlijke- reis.
De weg/mijn weg/onze weg loopt nooit ten einde.
De relationele reis is immers nog lang niet, mogelijk nimmer voltooid.
Het is alleen de vraag of we gefocust kunnen blijven op alles wat ons als tekenen en lessen op ons pad wordt aangeboden…
Volle maan.

Even terug naar een paar weken voor de volle maan (en deze keer was er ook nog eens sprake van een eclips!).
De laatste dagen van onze reis waren we op bezoek bij vrienden, waarbij we een bezoek brachten aan het chateau van Biron, een kasteel in de vallei van de Lède, een zijrivier van de Lot, een departement van de Dordogne.
Welke -gruwelijke- taferelen hebben zich door de loop van de jaren hier afgespeeld!
Niet de meest prettige, en dat was voelbaar.
De dolende zielen werden we in de daar heersende energie duidelijk gewaar en vooral Hub -die in eerste instantie dacht aan een ‘toevallige’ fysieke klacht waar hij vaker last van heeft, namelijk zijn onderrug- werd ‘getroffen’ door een entiteit in de kasteelkeuken.
Meteen kreeg hij een beeld van hemzelf in die keuken (hij is daar toentertijd gewurgd) en kon de entiteit naar het licht worden gestuurd. Zijn rugpijn was daarna snel verdwenen.
Entiteiten… ‘Bewoners’ van de vierde dimensie…
Je hebt goede entiteiten, maar ook minder goede en zelfs demonische entiteiten.
Juist in deze tijd, nu het licht steeds sterker wordt, de eindtijd, haken ze aan op plekken in ons die nog in de schaduw liggen, waar nog een conflict is.
Plekken, die met emoties te maken hebben die we nog niet hebben aangekeken, hebben doorvoeld, ons bewustzijn nog niet hebben bereikt en wij daarom nog niet hebben kunnen helen.
Het is voor onze eigen groei van belang dat wij ons daarvan bewust worden, de koorden herkennen en helen, waardoor de entiteit van ons kan loskomen en kan terugkeren naar de plek waar hij (of zij) vandaan komt en/of naar het licht worden gestuurd.
Nu het licht steeds helderder wordt, hebben de dolende zielen die doorgaans geen kwaad in de zin hebben, er op een of andere manier ‘lucht’ van gekregen dat hen de mogelijkheid wordt geboden om via ons de weg naar het licht te vinden.
Het zijn er velen die aan ons aanhechten, omdat ze in steeds meer mensen het licht herkennen en ze hen nodig hebben om uiteindelijk echt ‘naar huis’ te kunnen gaan.
Hub had nu aan den lijve ervaren hoe zo’n entiteit in zijn veld voelt, en ook hoe het voelt als deze weer weg is. Hij werd zich bewust van wat er in dat vorige leven was voorgevallen en waarom deze entiteit bij hem op een bepaalde plek aanhaakte.
Een paar nachten later werd hij in paniek wakker van een nachtmerrie, waarbij hij een druk op zijn keel voelde alsof hij dreigde te stikken.
Net als in het kasteel speelde zijn keel een rol.
Was de entiteit – of een andere – weer terug? Wat wilde dit hem zeggen?
Lag hier een uitnodiging aan Hub om zich bewust te worden dat hij -als man- recht heeft om te spreken, zijn gevoelens te onderkennen en te uiten? Recht heeft om te huilen… pijn te hebben… bang te zijn?
Een relatie zou een veilige haven mogen zijn om je te uiten.
Voor -de meeste- mannen is dat niet gemakkelijk; ze hebben het immers niet zo geleerd en zo hebben ze niet mogen zijn. Dat doen alleen vrouwen, het ‘zwakkere’ geslacht.
Nu ligt er een uitnodiging aan alle mannen om de vrouw in hen steeds meer toe te laten en zich bewust te worden van wat er in hen leeft, wat ze voelen en ervaren en dat vervolgens te mogen laten zien.
Mannen -de meeste- verkeren in verwarring.
Hun ‘taak’ verandert, hen wordt gevraagd bewust te worden van zichzelf en daar weten ze niet goed raad mee.
Vrouwen zijn over het algemeen bewuster en daardoor zijn ze wat gemakkelijker in staat hun schaduwen te zien, en ook steeds meer te doorvoelen en te helen.
Dat is ook de reden waarom in deze tijd veel entiteiten vooral aanhaken bij mannen.
Omdat deze vaak duidelijk voelbaar zijn in hun fysieke lichaam, biedt dat zicht op bewustwording.
Even terug naar Hub en mij:
Wat hebben deze entiteiten te maken met de volle maan?
En… wat heeft het gebruik van alcohol van doen met de volle maan?
Hub gebruikt alleen in het weekend – slechts een hele enkele keer door de week bij bijzonder gelegenheden – alcohol.
En dat zijn dan slechts twee glaasjes wijn op de zaterdag, – en zondagavond.
Het is maar weinig, maar toch zie ik hem dan veranderen.
Het lijkt of ik dan twee wezens zie, waarvan het ene mij meest dierbare wezen lijkt te verdwijnen in het andere, dat ik liever niet zie.
Ik heb wel eens tegen hem gezegd dat het lijkt of er een entiteit in hem is gevaren, wat hij vervolgens ten stelligste ontkende.
Rond volle maan, en dan met drank, is het het ergste. Meestal krijgen we dan ook ruzie om de kleinste dingen.
Het lijken kleine dingen, maar eigenlijk wordt er iets wezenlijks aangeraakt, waar dan het liefst van wordt weggekeken.
Ik moet zeggen dat de dan ontstane aanvaringen minder heftig zijn dan voorheen. Maar toch… ze zijn er…
Mannen delen niet gemakkelijk met elkaar. Zeker niet over -diepere- gevoelens en over emotionele dingen.
Hub heeft weinig vrienden, trekt het liefst met vrouwen op.
Eigenlijk heeft hij vrouwelijke eigenschappen in zich, die een vrouw uitnodigen om haar gevoelens naar hem toe te laten zien.
Hij heeft juist ook een vrouw nodig om hem te laten zien dat hij heel veel moois in zich heeft en als hij zachtheid voelt en zich begrepen, is hij meer bereid bij zichzelf naar binnen te kijken. En zich te uiten.
Echter, in een situatie met alcohol en als hij bezig is met de buitenwereld en wat daar allemaal ‘niet pluis’ is, kan ik als zijn vrouw niet in de zachtheid naar hem toe zijn…
Nu heeft Hub een paar mannen ontmoet, die op hun manier net als hij verward zijn, zoekende zijn…
Zo fijn voor hem! En ook zo nodig!
Voor hem, maar ook voor -alle- andere bewuste of bewust wordende mannen, én voor het collectief!
Dankzij één van die mannen kwam Hub in aanraking met de decrees/gebeden van het Violette Vuur.
Deze waren echter in het Engels en aangezien ik enkele van deze decrees zelf al vele jaren ‘beoefen’, weliswaar met enige aanpassingen zodat ze voor mij goed (aan)voel(d)en, ging ik op zoek naar het boekje waar deze ook in het Nederlands in stonden: ‘Het Violette Vuur’ van Elisabeth Clare Prophet.

Iedere morgen, voor het opstaan, spreken we enkele daarvan hardop uit.
In eerste instantie leek Hub te zijn ‘vergeten’ dat we dit iedere ochtend zouden doen.
Toen we erover in gesprek gingen wat de achterliggende reden daarvan zou kunnen zijn, bleek dat de decrees -wat eigenlijk een soort gebeden zijn- hem teveel herinnerden aan de kerk en daarmee wilde hij niets te maken hebben. Het voelde voor hem zo dat hij, hoewel hij lang geleden al afscheid van de kerk had genomen, er nu weer op deze manier naar moest terugkeren.
Toen hij er zich van bewust werd dat deze decrees iets heel anders zijn dan de opgedramde teksten van de kerk, waarin door ons als zondaars nederig om hulp en vergiffenis wordt gevraagd aan een God buiten ons, en dat de decrees – wat herhalingen zijn van heilige woorden en gebeden – gericht zijn op het bereiken van eenheid met God (ook in onszelf), verzachtte hij.
Decrees helpen om obstakels op het spirituele pad te verwijderen, zoals angst, trots, egoïsme en minderwaardigheidsgevoelens.
Dat vraagt om onze eigen actie. De hulp en het heil komt niet van buitenaf, maar met de decrees staan we God toe om door ons heen te werken en bewerkstelligen we dat we onszelf bewust helpen te helen.
Nu voor hem het ijs was gebroken, zeggen we iedere ochtend – in eerste instantie zachtjes en schoorvoetend – samen de decrees.
Steeds meer onomwonden en langzamerhand steeds meer vanuit het hart.
Nu even terug naar het moment waarop ik ‘Het Violette Vuur’ tevoorschijn haalde.
Toen ik namelijk het boekje uit de boekenkast trok, kwam er een ander boek mee: ‘De mystieke roos’ van Ton van der Kroon en het viel open op een bladzijde waar dit stond geschreven:
”Het belang van overgave van een man aan een vrouw wordt geïllustreerd door de volgende, doorgegeven tekst van Maria Magdalena:
‘De man vertegenwoordigt het actieve principe. Voor de man, om een heel mens te worden, moet hij vrouw worden, ontvankelijk, open en passief. Om tot het passieve te geraken dient hij alles te laten gebeuren. Zijn vrouwe is zijn ingewijde, leermeester en begeleider. Niets is in zijn macht, zelfs zijn leven niet. Hij moet bereid zijn te sterven aan de liefde. Zij toont hem het gezicht van de Dood en de manifestatie van zijn diepste angsten, omdat ze de Grote Moeder vertegenwoordigt die over dood en leven heerst. Niets mag een man doen om zijn lot te bepalen, alleen ondergeschikt zijn aan de liefde, en haar ten volle accepteren. Alleen zo wordt een man werkelijk man/mens. Hij moet liggen om op te staan, zich totaal overgeven om te kunnen triomferen, zich laten leiden om zichzelf te vinden’.
De overgave van de vrouw bestaat eruit dat ze de ideaalbeelden van de wereld, haar omgeving, haar relatie loslaat en kiest voor wat ze in haar hart voelt. En daarmee geeft ze zich over aan de liefde.
Ik zie dat Hub zich steeds meer overgeeft in plaats van in het oude programma van ‘de man’ te schieten.
Van mij als vrouw wordt natuurlijk ook gevraagd om te voelen en horen wat mijn hart wil zeggen.
Én om in liefde met mezelf te zijn, wil ik überhaupt kunnen voelen wat mijn hart ingeeft.
De sluimerende Goddelijke energie in het bekken van de vrouw (en in het vrouwelijke van de man) – de Graal – die als een om elkaar bewegende mannelijke en vrouwelijke dans – de kundalini – opstijgt naar het kruinchakra en die, als zij ontwaakt, de mens zuivert, heelt, herenigt en laat samensmelten met God.
Nu we beide ons bewust zijn van onze relationele dans, kan het niet anders dan dat we allerlei tekens krijgen aangereikt.
Soms pijnlijk, maar vooral erop gericht om onze relatie steeds meer te ‘verfijnen’ en ons te bewegen naar waar deze tijd voor is bedoeld.
In iedere geval voor ons en ook – zo voelen wij het – voor het collectief.
‘In lijn’ met onze ont-wikkeling kreeg ik een mooie les aangereikt.
Natuurlijk!
Willen we het vrouwelijke Goddelijke in ons als man en vrouw activeren en ons bewegen naar een samensmelting in liefde, een Goddelijke eenheid, dienen er schaduwstukken te worden aangekeken, doorvoeld en geheeld.
Mooi is hoe lessen worden aangereikt zodra je er klaar voor bent, precies op het juiste moment!
Ik luister graag bepaalde podcasts en deze keer viel mijn oog op een korte podcast van Maarten Oversier bij Tijdperk LuMens (https://youtu.be/ubXTWwOrBmc).
Het ging over de vader, niet onze Vader in de hemel, maar over je eigen vader als ouder.
Het voorbeeld dat Maarten aanhaalde, triggerde iets in mij met betrekking tot mijn eigen vader, nu inmiddels bijna 37 jaar geleden overleden.
Alhoewel niet dezelfde situatie, raakte het wel wat in mij aan:
Ik was namelijk ook ‘ziek’ geweest aan mijn vrouwelijke geslachtsorganen. Niet meteen levensbedreigend, maar wel traumatisch.
Ik realiseerde me nu pas, na dit verhaal te hebben gehoord, dat mijn ziekte zich voordeed twee jaar nadat mijn vader was overleden.
Nooit had ik de link van mijn ‘ziekte’ gelegd met zijn dood!
Ik was bij mijn vader nooit goed genoeg.
Nu weet ik dat hij zichzelf nooit goed genoeg vond en via mij, zijn dochter, probeerde te bereiken wat hij zelf in zijn eigen ogen nooit bereikt had.
Hij had een beeld van mij van wat ik worden zou.
Daaraan kon ik nooit voldoen al hoe ik probeerde zijn liefde te winnen door erg goed mijn best te doen.
Toen ik in de pubertijd kwam en vriendjes kreeg, waren ook die niet goed genoeg. En seksueel contact was helemaal uit den boze. Zeker niet voor het huwelijk! Een schande!… volgens de kerk…
Als puber wil je graag ontdekken en als je eenmaal hebt ervaren hoe fijn vrijen is, wil je daarvan zoveel mogelijk genieten.
Dus, in het begin was ik vrij en onbevangen en genoot van de momenten met mijn vriendje samen.
De eerste keer dat ik met iemand naar bed ging, was met mijn huidige man, Hub.
Samen hebben we ervaren hoe mooi het was om de liefde met elkaar te bedrijven.
Er was geen rem. Het was heerlijk en extatisch, we waren samen één en voelden ons als in de hemel.
Ik was wel voorbereid/voorgelicht door mijn moeder en we gebruikten dan ook een condoom.
Echter, hoe meer dat mijn ouders er lucht van kregen dat ik ‘het’ vaker deed en later – het is een hele tijd uit geweest met Hub – met meerdere jongens/mannen, begonnen ze me dingen in de weg te leggen: “Let goed op dat je niet in verwachting raakt”. “Zorg dat hij het condoom goed om doet!”
En enige tijd later zei mijn vader (vaak via mijn moeder): “Jij kiest steeds de verkeerde mannen”. “Je gedraagt je als een hoer”. “Als je zo doorgaat, ga je maar voor de pil”.
Dat deed ik dan maar… en werd voor mij een traumatische ervaring…
Geheel onvoorbereid bracht de -vrouwelijke- huisarts een speculum in. Ik wist niet wat me overkwam, had dit niet verwacht en het voelde pijnlijk en indringend…
Mede door het steeds op mij inpraten en aanpraten dat sex hebben negatieve consequenties kon hebben en je goed moest opletten, werd seksualiteit, in plaats van iets liefdevols en moois, iets om angstig en voor op je hoede te moeten zijn.
En toen raakte ik ook nog in verwachting…
Van Hub weliswaar, maar we waren niet getrouwd.
Dat was voor mijn vader een slag in zijn gezicht: Ik had al sex met iemand die hij niet mocht en dan was ik ook nog eens in verwachting van hem terwijl we niet getrouwd waren!
Dat kon niet in zo’n kleine gemeenschap als ons dorp was en het was voor mijn vader duidelijk een nederlaag.
“Nu trek ik mijn handen helemaal van jou af”, waren zijn woorden…
Ik kan hetgeen gebeurde wel zien in het licht van zijn tijd, waar over seksualiteit niet of nauwelijks werd gepraat en men erg ‘kerkelijk’ was en de regels van deze instantie gehoorzaamde, anders was men zondig.
Mijn vaders vader, mijn opa,was een vooraanstaand figuur in het dorp. Dan weet je het wel.
Dus ik was zondig en werd door mijn vader in de ban gedaan.
Hij was wel fysiek op onze trouwdag op verzoek van mijn moeder, maar tegen zijn zin in en niet echt aanwezig, en negeerde ons volkomen.
Toen onze oudste zoon geboren werd, veranderde hij enigszins en werd voor hem toch echt een opa.
De band tussen mij/ons en mijn vader is echter nooit hersteld.
Hij is gestorven op een leeftijd van 53 jaar. Plotseling.
Ik weet nog dat, de eerste keer dat Hub en ik na zijn dood met elkaar vreeën, ik het gevoel had dat mijn vader om een hoekje stond te kijken…
Ik wilde steeds minder met Hub naar bed, was erg gespannen en sloot me -inwendig- af.
Ik trok mijn handen af van mijn eigen vrouwelijke heiligheid, zoals mijn vader het letterlijk naar mij toe had gedaan…
Nu had ik het onbewust verinnerlijkt…
Het was een gebied wat ik uit pijn steeds meer ontkende en om die pijn niet te hoeven voelen, trok ik me ervan terug.
Begrijpelijk (dat zie ik nu) dat mijn lichaam zich dan laat voelen, laat horen!
Terwijl ik in verwachting was van onze jongste zoon, die twee en een half jaar na mijn vaders overlijden is geboren, vloeide ik.
De huisarts vertrouwde het niet en deed een uitstrijkje tijdens de zwangerschap.
Alweer een speculum in mij… en dat terwijl ik een baby in mij droeg…
Het uitstrijkje was niet in orde en ik ging het medische circuit met al zijn protocollen in.
Eén geluk… de vrucht mocht blijven zitten en onze zoon mocht gelukkig worden geboren.
Het doet er nu niet toe er meer over te vertellen.
Als je wil weten hoe het verhaal nu verder gaat en wat de impact was op mijn zoon en mij tijdens mijn zwangerschap, kun je daarover lezen in mijn blog ‘Braam… en ‘braam’moeder’.
Wat ik hier wil zeggen is dat ik nu kan zien, door Maarten Oversier, dat voor mij seksualiteit niet iets moois en heiligs was waarvan je mag genieten, maar iets waar je voor moet oppassen en ten allen tijde voor op je hoede moet zijn, zodat het geen nadelige consequenties heeft.
Met mijn vader heb ik al heel wat geheeld.
Nu diende zich de volgende laag aan, waarnaar ik mocht/wilde kijken. Ik heb koorden mogen schoonmaken en verwijderen naar hem toe, maar ook naar mijn opa en overgrootvader toe.
Ik ont-dekte dat mijn vader nog niet naar het licht heeft kunnen gaan en nog verkeerde in de tussensferen.
Zeven-en-dertig jaar geleden is hij overleden en nog was hij ‘onder ons/in mijn aura’.
Ik voelde zijn onmacht, angst, en vooral zijn schaamte en schuldgevoelens.
Wat een sterke dominantie en indoctrinatie van de kerk kan doen met een mens!
Ik voelde hoe sterk de ingesleten programma’s en overtuigingen bij mijn vader – en van de generaties vóór hem – waren, die beletten om in vrijheid te leven. In plaats daarvan werd men geprogrammeerd als schapen te volgen en te gehoorzamen aan iets buiten zichzelf.
Over seksualiteit maar te zwijgen…
Ik heb hem -en ook mezelf- vergeven en bedankt voor de les die hij mij heeft geleerd.
Mede dankzij hem ben ik meer bewust geworden en leer ik mijn vrouwelijkheid, mijn Goddelijke vrouwelijkheid, kennen, eren en waarderen. En ligt er de uitnodiging die ook werkelijk steeds meer te leven!
Als entiteit was hij al die tijd, al die jaren (maar tijd bestaat niet in de tussensferen en andere dimensies) in mijn veld aanwezig. Onder andere aanhechtend op mijn angst (om ziek te worden). Nu was het moment daar om hem naar het Licht te leiden.
Dat ging soepel en snel.
Daarbij mocht ik ook de familielijnen aan mijn vaders kant, dat wil zeggen de vader van mijn vader, mijn opa dus, en de vader van mijn vaders vader, mijn overgrootvader, helen.
Mijn oma, mijn vaders moeder, van wie ik weet dat ook zij mij begeleidt vanuit de sferen, ondersteunde me daarbij.
Meer generaties hoefde ik nu niet terug -of vooruit- te gaan.
Ik had het gevoel dat mijn vader blij is nu eindelijk daar te zijn waar hij thuis hoort.
En ook dat hij nu niet meer alleen is, daar liefdevol wordt ontvangen en -vooral- dat hij niet naar de hel is gegaan…

Ik heb hem kunnen ‘bereiken’, en daarmee wederzijdse belemmerende banden kunnen helen.
Nu dansen we samen… als vader en dochter met elkaar verbonden… en beide vrij…
Het beeld is nu helder.
Nu ik samen met Hub een reis maak in onze relatie, is dat onlosmakelijk verbonden met een reis in ieder van ons zelf.
Hoe meer we ons hiervan bewust zijn, hoe meer dat zich laat zien waar we uit verbinding gaan.
Hoe bewuster we worden, maakt dat communicatie met elkaar meer mogelijk en omdat we ons veilig en vertrouwd voelen bij elkaar, laat dat ons -ieder voor zich en ook samen- groeien.
Hoe meer we bewust zijn, hoe ‘bevattelijker’ we zijn voor tekens die ons laten zien hoe we steeds meer bewegen naar het in liefde kunnen zijn met elkaar en onze lichamen, de liefde kunnen zien in alles om ons heen, en kunnen samenwerken naar onze gezamenlijke heilige heelwording toe.
Onze Zijnsgrond is gelegd, in ieder voor zich en in elk voor ons samen. Als een liefdevolle, wijze moeder. Dragend als de graal. Open en liefdevol, niets afwijzend, alles ontvangend.
Natuurlijk raken wij, of één van ons beide die grond wel eens kwijt.
De overgang naar een nieuwe fase is immers niet lineair en vloeiend. Dat een volgende fase in onze relatie zich aandient, wil niet zeggen dat de andere, de eerdere, er niet meer is of zal zijn.
Het nieuwe kan zich aandienen en vervolgens kun je ‘zomaar’ weer in stress, angst of een of ander programma schieten.
En toch groeien we…
We dragen elkaar meer en weten onze Zijnsgrond in elkaar en van onszelf steeds bewuster weer terug te vinden.
We stappen steeds meer uit de onmacht en slachtofferrol.
Steeds beter kunnen we onszelf zijn, met alle gevoelens van kwetsbaarheid , kracht en licht.
Steeds meer nemen we, en ieder voor zich, onze eigen plek in.
Het licht, ons licht, komt uit de schemering en we geven met wie we zijn onze bijdrage aan groei, liefde en bewustzijn op deze aarde.
Wat ik heb ervaren, gevoeld en wat me heeft geraakt en energetisch is aangeraakt, heb ik verwoord in een – muzikaal – gedicht:
Kijk… lees… luister… en neem dit gedicht tot je…
JIJ BENT DE KRACHT VAN LIEFDE
DIE DE WERELD VERANDERT!
